Luister naar de zin.Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Wilt u de assistente spreken? Blijf ...
aan de lijn.
aan de beurt.
Haya heeft een nieuw huis. Ze wil ... verhuizen.
zo rustig mogelijk
zo snel mogelijk
Ik ben bij de dokter. Ik vertel over mijn ...
klacht.
schuld.
Sorry, ik kan niet. Ik wil de afspraak ...
verhuizen.
verzetten.
'Met mevrouw Merk. Ik wil graag een afspraak ...'
krijgen.
maken.
'U kunt vandaag niet naar het spreekuur komen. Alles zit ...'
ver.
vol.
Felix woont al ... vijf jaar in Nederland.
meer dan
ongeveer
Ik begrijp het briefje niet. Ik lees het ...
de volgende keer.
nog een keer.
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
De dokter vraagt: 'Wat is uw klacht?'Dag meneer, fijne dag en tot ziens!Wilt u betalen, mevrouw? Dat kan!
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
De verkoper vraagt: 'Wat kan ik voor u doen?'Ik neem medicijnen, maar de pijn gaat niet over.Vandaag is er geen plek. Alles zit vol.
De zin is niet goed. Ik schrijf de zin nog een keer.Het spijt me. Ik kan u niet helpen.Mijn vriendin is vijf minuten te laat. Ik zeg: 'Geen probleem!'
Wat hoort bij elkaar?
Wat kan ik voor u
doen?
Ze wil graag een afspraak
Kun je dinsdag om 9.30 uur
komen?
De pijn
gaat niet over.
Ernest wil de afspraak
We kunnen morgen
niet komen.
Ik bel mijn vriendin.
Ik zeg: 'Hallo, met Anna'.
Ik ga naar huis.
Ik zeg: 'Tot ziens'.
Ik kom te laat op school.
Ik zeg: 'Het spijt me'.
Ik ga slapen.
Ik zeg: 'Tot morgen'.
Ik kan vandaag niet.
Ik moet naar school.
Ik blijf aan de lijn.
Ik moet wachten.
Ik heb keelpijn.
Ik drink thee en water.
Khaled is heel moe.
Hij wil zo snel mogelijk slapen.
Olga heeft al een week pijn.
Het gaat niet over.
Mirza gaat naar de dokter.
Hij heeft een klacht.
Luister naar de zin.Lees de zin.Kies de goede reactie.
Kun je me vanmiddag helpen?
Doe niet zo vervelend.
Nee, het spijt me.
U spreekt met de huisartsenpost Zaandam.
Goeiemorgen, met meneer Jongsma.
Hallo, ik bel je nog wel.
Kan ik hier pinnen?
Dat kan.
Doe ik.
Wat is het probleem?
Ik eet erg gezond.
Hoelang heeft u oorpijn?
Al meer dan drie dagen.
Tot morgen.
Ik heb nu geen tijd. Ik bel je vanavond.
Beterschap.
Geen probleem.
Vandaag kan ik niet.
Ga je mee?
Kun je morgen komen?
Dag, ik zie jullie morgen.
Tot morgen!
Tot straks!
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.