Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
het fornuis
het keukenkastje
de oven
de pan
het slot
de kraan
het bad
de mond
het speelgoed
het plaatje
de sluiting
het stopcontact
het traphekje
het schoonmaakmiddel
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Met een sleutel kun je de deur ...
openmaken.
schoonmaken.
Wil je je telefoonnummer even ...? Klopt het?
controleren
innemen
Je mag dit niet drinken. Het is ...!
giftig
gezellig
Mijn werk is klaar. Dat is een fijn ...
gesprek.
gevoel.
Dit is het formulier. Wilt u ... uw handtekening zetten?
hieronder
linksaf
Hoi Esraa, hoe gaat het met ... kinderen?
jou
jouw
Ik wil alles weten. Ik ben ...
gelukkig.
nieuwsgierig.
In de zomer gaan we op vakantie. We willen nieuwe plekken ...
ontdekken.
ontmoeten.
Vandaag is het druk in de trein. ... zitten mensen.
Overal
Overdag
Ik heb een ... tas. Hij gaat niet snel kapot.
slimme
stevige
Je moet ... met alcohol in het verkeer.
oppassen
opruimen
Mijn telefoon is leeg. Waar is een ...?
spoedgeval
stopcontact
Ik heb boven een ... Nu valt mijn kind niet meer van de trap.
slaapkamer.
traphekje.
Ik ... mijn laptop in mijn tas.
stuur
stop
Hoe kan ik nieuwe woorden leren? Heb je ... voor mij?
taart
tips
De baby ... de koffie van de tafel. De koffie valt.
speelt
trekt
Kun jij betalen? Ik heb ... niet genoeg geld.
jammer
namelijk
Alaa gaat thee maken. Hij neemt water uit de ...
kraan.
krant.
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
De keuken is vies. Ik heb schoonmaakmiddel nodig.De sluiting van mijn tas is kapot. De boodschappen vallen uit mijn tas.Staat de koffie in de keukenkast?
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
We zitten buiten in de zon. Het is heet.Op deze bank kunnen vier mensen zitten. De bank is stevig.Dit moet je niet drinken. Dit is gevaarlijk voor je gezondheid. Het is giftig.
Ben jij sterk? Kun je deze fles openmaken?Wisam reist veel. Hij wil de wereld ontdekken.Je moet oppassen. Deze weg is gevaarlijk.
Yassin doet het koekje in zijn mond.Elsa ziet haar vriend vanmiddag. Ze heeft een blij gevoel.Mosi wil stoppen met roken. De dokter geeft hem een paar tips.
Kunt u dit formulier controleren?De vrouw stopt de pillen in een doosje.Ik trek aan de deur. De deur gaat open.
Mijn huis is klein, jouw huis is veel groter.Naima stelt veel vragen. Ze is heel nieuwsgierig.Eli blijft vandaag thuis. Hij heeft namelijk hoofdpijn.
Wat hoort bij elkaar?
de badkamer
de sleutel
de taart
de woonkamer
het water
de keukenkast
nergens
overal
hierboven
koud
heet
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.