Draai je tablet om verder te gaan.

9 Is dat wel veilig?

Pas op met hete pannen

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

het fornuis

het keukenkastje

de oven

de pan

het slot

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de kraan

het bad

de mond

het speelgoed

het plaatje

Opnieuw invullen

3

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de sluiting

het stopcontact

het traphekje

het schoonmaakmiddel

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Met een sleutel kun je de deur ...

Wil je je telefoonnummer even ...? Klopt het?

Je mag dit niet drinken. Het is ...!

Mijn werk is klaar. Dat is een fijn ...

Dit is het formulier. Wilt u ... uw handtekening zetten?

Hoi Esraa, hoe gaat het met ... kinderen?

Ik wil alles weten. Ik ben ...

In de zomer gaan we op vakantie. We willen nieuwe plekken ...

Vandaag is het druk in de trein. ... zitten mensen.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik heb een ... tas. Hij gaat niet snel kapot.

Je moet ... met alcohol in het verkeer.

Mijn telefoon is leeg. Waar is een ...?

Ik heb boven een ... Nu valt mijn kind niet meer van de trap.

Ik ... mijn laptop in mijn tas.

Hoe kan ik nieuwe woorden leren? Heb je ... voor mij?

De baby ... de koffie van de tafel. De koffie valt.

Kun jij betalen? Ik heb ... niet genoeg geld.

Alaa gaat thee maken. Hij neemt water uit de ...

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

De keuken is vies. Ik heb schoonmaakmiddel nodig.
De sluiting van mijn tas is kapot. De boodschappen vallen uit mijn tas.
Staat de koffie in de keukenkast?

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

We zitten buiten in de zon. Het is heet.
Op deze bank kunnen vier mensen zitten. De bank is stevig.
Dit moet je niet drinken. Dit is gevaarlijk voor je gezondheid. Het is giftig.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ben jij sterk? Kun je deze fles openmaken?
Wisam reist veel. Hij wil de wereld ontdekken.
Je moet oppassen. Deze weg is gevaarlijk.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Yassin doet het koekje in zijn mond.
Elsa ziet haar vriend vanmiddag. Ze heeft een blij gevoel.
Mosi wil stoppen met roken. De dokter geeft hem een paar tips.

Opnieuw invullen

10

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Kunt u dit formulier controleren?
De vrouw stopt de pillen in een doosje.
Ik trek aan de deur. De deur gaat open.

Opnieuw invullen

11

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn huis is klein, jouw huis is veel groter.
Naima stelt veel vragen. Ze is heel nieuwsgierig.
Eli blijft vandaag thuis. Hij heeft namelijk hoofdpijn.

Opnieuw invullen

12

Wat hoort bij elkaar?

de pan

het fornuis

het bad

de badkamer

de sleutel

het slot

de taart

de oven

Opnieuw invullen

13

Wat hoort bij elkaar?

het speelgoed

de woonkamer

het water

de kraan

het schoonmaakmiddel

de keukenkast

Opnieuw invullen

14

Wat hoort bij elkaar?

nergens

overal

hierboven

hieronder

koud

heet

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.