Draai je tablet om verder te gaan.

14 Mijn zus woont in Zweden

We lijken op elkaar

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de krullen

de neus

de sigaret

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

wandelen

zingen

zich herinneren

kletsen

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Katja woont ... niet meer in Nederland. Ze woont al tien jaar in België.

Mijn collega en ik hebben ... schoenen gekocht. Wat toevallig!

De oude vrouw ... elke dag door het park.

Ik hou ... veel van pizza. Ik eet het elke week.

Mijn baas wordt snel kwaad. Hij is erg ...

Is dat echt waar of maak je een ...?

Haya heeft veel succes. Haar collega's willen dat ook en zijn ...

Is dat je broer? Je ... helemaal niet op hem.

Boven je mond zit je ...

We wachten al heel lang. Ik word ...!

Deze laptop is ... zo duur als die andere. Er is geen verschil.

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Kinan luistert altijd naar mij en is erg ...

Je moet een ... streep tekenen.

Op het werk praat Sunan met iedereen. Hij is erg ...

Mijn oma leeft niet meer. Ze is twee jaar geleden ...

Hanna heeft een ... karakter en is lief voor iedereen.

Je kan echt niet goed zingen. Je zingt ...!

Dina draagt mooie kleren en make-up, want ze vindt haar ... belangrijk.

Wat is haar naam? Ik kan het me niet ...

Van deze muziek word ik ... Ik krijg een blij gevoel.

Jullie hebben ... leuke kinderen!

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Is je haar recht of heb je krullen in je haar?
Hun karakters zijn erg verschillend: zij is heel lief en hij is stoer.
Ik wil roken. Heeft iemand een sigaret voor me?

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Martin verdient minder dan ik. Dat vindt hij niet leuk. Hij is jaloers.

Dit is één lange, rechte weg.

Ze heeft dezelfde jas gekocht als haar vriendin: een bruine jas.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Die vrouw is niet sociaal. Ze is egoïstisch.

Milad is een stoere jongen. Hij durft alles.

Hani is net zo oud als jij. Jullie zijn allebei 24 jaar.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Elk jaar sterven sommige oude mensen door de warmte.

Ik ben allang klaar met deze taak. Vorige week al.

Hij draagt altijd zulke gekke kleren!

Opnieuw invullen

9

Wat hoort bij elkaar?

driftig

kwaad

enorm

ontzettend

kletsen

praten

vrolijk

blij

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

een grapje

maken

op je moeder

lijken

vals

zingen

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

stoer

zacht

geduldig

ongeduldig

het uiterlijk

het karakter

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.