Draai je tablet om verder te gaan.

20 Wat is alles duur ...

Misschien kun je het met korting kopen

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Die rekening kan ik ... niet betalen.

We kunnen prima ...

Ik heb ... voldoende geld.

We moeten bezuinigen ... eten.

Maak jij een ... van de uitgaven?

Werk je ...?

Zij krijgen ...

Ik heb ... geld voor nieuwe kleren.

Het ... is dat ik een schuld heb.

0 van de 9 goed.
Kijk na

2

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Die broek kost 35 euro en ik heb maar 20 euro. Ik heb niet genoeg geld.
We verdienen net genoeg om alles te betalen, maar we kunnen niets sparen.
De trein heeft vertraging. Het gevolg is dat ik te laat kom.

Kijk na

3

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Verdien je genoeg geld? Kun je  rondkomen van je salaris?
Wil je een overzicht maken van alle adressen?
Gaan jullie op vakantie? Naar welk land?

Kijk na

4

Wat hoort bij elkaar?

Nina werkt

parttime.

Mevrouw Vos krijgt

bijstand.

Ze bezuinigen

op kleding.

Kijk na

5

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Wat doen jullie in de zomer?

We hebben altijd te weinig geld.

Hou je van lezen?

0 van de 3 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.