Draai je tablet om verder te gaan.

20 Wat is alles duur ...

Geld lenen kost geld

1 Doe de taak

Lezen en praten over gespreid betalen

1

Lees de tekst.

 

thumbnail_thema 20-taak 2-1-H-100%

2

Werk samen. Praat over de woorden. Gebruik de tekst van opdracht 1.

Wat betekenen de woorden en zinnen? Leg uit.

 

gespreid betalen                                          de termijn

het aankoopbedrag                                  de rente

afbetalen                                                         in één keer betalen

3

Kruis aan. Welke zinnen passen bij jou?

 

4

Werk samen. Praat over de vragen.

  1. Vergelijk je antwoorden van opdracht 3. Waarom kies je deze zin?
  2. Wat vind je van ‘kopen of afbetaling’? Vind je het goed, of niet? Waarom?
  3. Je koopt iets van €500,- en je betaalt gespreid. Je moet 10% rente betalen. Hoeveel betaal je dan in totaal?
  4. Je koopt een computer van €2000,-. Je kiest voor gespreid betalen in 60 maanden. Je moet iedere maand €38,- betalen. Hoeveel betaal je in totaal voor de computer?
  5. In de tekst van opdracht 1 staat 'Let op: geld lenen kost geld'. Wat betekent dat? Leg uit.

5

Werk samen. Kijk naar de tekst. Praat over de vragen.

Kijk naar de tekst van opdracht 6.  Lees de tekst nog niet.

  1. Wat is het onderwerp van de tekst?
  2. Wie schrijft de tekst?
  3. Waarom lezen mensen deze tekst?
  4. Hoe kun je snel informatie in de tekst zoeken?

6

Lees de vragen en de tekst. Kies het goede antwoord.

Je leest op internet informatie over ‘Betaal per maand’. Dit is een regeling voor gespreid betalen bij een winkel voor elektrische apparaten.

Sahad wil een telefoon kopen. Hij wil per maand betalen. Waar moet hij de telefoon kopen?

Vanya wil een tv kopen. Ze wil de tv gespreid betalen. In hoeveel maanden moet ze de tv afbetalen?

Mario wil een nieuwe computer kopen. Hij wil per maand betalen. Hij vraagt: ‘Welke documenten moet ik meenemen naar de winkel?’

Waar kan Mario het antwoord vinden?

Peter is 23 jaar en hij zit op school. Hij werkt niet. Hij wil een nieuwe telefoon van € 1160,- kopen. Hij wil gespreid betalen, maar dat kan niet. Waarom niet?

Sylvia koopt een horloge op afbetaling. Ze wil informatie over de rente. Bij welke vraag kan ze de informatie vinden?

Mark koopt een wasmachine op afbetaling. De wasmachine kost €360,- en Mark betaalt in 36 maanden. Mark rekent en hij zegt: ‘Ik betaal dus 10 euro per maand.’ Klopt dat?

thema 20-taak 2-6-H-100%

0 van de 6 goed.
Kijk na

7

Werk samen. Praat over opdracht 6.

  1. Vergelijk jullie antwoorden. Waar staat het antwoord in de tekst?
  2. Hoe kun je het antwoord snel in de tekst zoeken?

8

Werk samen. Praat samen.

Lees de situatie. Hoe kun je reageren?

  1. Je bent in een winkel. Je koopt een nieuwe telefoon. De medewerker vraagt: ‘Wilt u in één keer betalen of wilt u gespreid betalen?’. Wat zeg je?
  2. Je zwager wil een nieuw bankstel kopen. Hij vraagt je om advies. Hij zegt: ‘Zal ik gespreid betalen of zal ik in één keer betalen? Wat is beter?’ Wat zeg je?
  3. Je buurman heeft een nieuwe tv gekocht. Hij betaalt gespreid. Hij zegt: ‘Mijn tv kost 500 euro, maar ik betaal nu maar 8 euro per maand. Dat is goedkoop hè!’  Wat zeg je?
  4. Een vriendin heeft geen baan. Ze zegt: ‘Ik zag op internet een mooie telefoon. Die ga ik kopen, want hij kost maar 9 euro per maand! Is dat slim of niet?’. Wat zeg je?

9

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je leest een bericht op internet.

Vertel over je eigen ervaring: koop je dingen op afbetaling?

Geef een advies.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.