Draai je tablet om verder te gaan.

20 Wat is alles duur ...

Misschien kun je het met korting kopen

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de caissière

de tandarts

het wasmiddel

Kijk na

2

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik heb een nieuw abonnement. Ik wil mijn oude abonnement ...

Hoeveel geld krijg jij per maand? Wat zijn je ...?

Esther werkt ...: 3 dagen per week.

Leon heeft veel geld verdiend met zijn bedrijf. Hij is ...

Ik krijg niet voldoende geld per maand. Ik kan moeilijk ...

Elke maand moet je de huur en verzekering betalen. Dat zijn ...

Ik koop alleen dingen die ik nodig heb. Ik heb geen geld voor ... dingen.

Hoeveel geld besteed jij elke maand? Wat zijn je ...?

Jemima heeft geen werk en dus geen salaris. Ze krijgt ...

Ik heb te weinig geslapen. Het ... is dat ik nu heel moe ben.

0 van de 10 goed.
Kijk na

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

We moeten ... op telefoonkosten. De rekening is te hoog.

Pedro werkt bij een bank. Hij adviseert me over ...

Heb je een duidelijk ... van alle kosten per maand?

Ik heb geld geleend van mijn ouders. Nu heb ik een ...

Ik ben vergeten de deur op slot te doen. Wat ... van me!

De arts stuurt de rekening naar de ...

Geef je makkelijk geld uit? Of ben je ...?

Ik hou ... niet van deze muziek. Verschrikkelijk!

We hebben ... Ik kan nu overal in huis tv kijken.

Sigaretten zijn erg duur. Minder sigaretten kopen is een ...

0 van de 10 goed.
Kijk na

4

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Dit is een fulltime baan van vijf dagen per week.
We moeten zuinig zijn en niet te veel geld uitgeven.
Iemand die weinig geld heeft, is arm.

Kijk na

5

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Vaste lasten zijn kosten die je elke maand moet betalen.
Zij koopt nu goedkope groente op de markt. Dat is een slimme bezuiniging.
Mario is werkloos en heeft weinig geld. Hij krijgt bijstand.

Kijk na

6

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

We besteden te veel geld aan kleding. We moeten bezuinigen.
Ik wil stoppen met deze verzekering. Wanneer kan ik hem opzeggen?
Mijn man kan niet goed rekenen. Daarom regel ik de geldzaken.

Kijk na

7

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik kon de rekening niet betalen. Nu heb ik een schuld.
In dit overzicht staan alle taken voor deze week.
U hoeft de medicijnen niet zelf te betalen. De zorgverzekering betaalt deze medicijnen.

Kijk na

8

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik kan niet rondkomen van 400 euro per maand. Dat is te weinig.
Ik ben vergeten om boodschappen te doen. Zo stom!
Ik reis dagelijks met de trein van mijn huis naar mijn werk.

Kijk na

9

Wat hoort bij elkaar?

de caissière

de kassa

de tandarts

de tanden

de wasmachine

het wasmiddel

Kijk na

10

Wat hoort bij elkaar?

arm

rijk

parttime

fulltime

nodig

luxe

Kijk na

11

Wat hoort bij elkaar?

dagelijks

wekelijks

de inkomsten

de uitgaven

de digitale tv

de kabel-tv

Kijk na

12

Wat hoort bij elkaar?

bezuinigen

minder geld uitgeven

absoluut

beslist

rondkomen

voldoende geld hebben

het gevolg

het resultaat

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.