Lees de zin. Kies het goede antwoord.
Marja belt iedere dag met haar zus. Dat is ze ___.
getrouwd
gewend
Vanwege zijn ___ gaat Wendu iedere zondag naar de kerk.
reactie
religie
Hans werkt op een basisschool. Hij kan goed met kinderen ___.
omgaan
overgaan
Simbo ___ zijn buren iedere ochtend. Dan zegt hij ‘goedemorgen’.
groet
lacht
Peter zegt ‘u’ tegen zijn docent, want dat is ___.
beleefd
onbeleefd
Sara doet thuis haar schoenen uit. Dat is haar ___.
gewoonte
woonplaats
Deze stoelen zijn ___. Deze is blauw en de andere is groen.
hetzelfde
verschillend
Welke kleren moet ik dragen? Heb je een ___ voor mij?
adres
advies
Als mensen te veel alcohol drinken, ___ ze zich vreemd.
gedragen
vervelen
In zijn ___ voetbalt Jaimy graag met zijn vrienden.
vrije tijd
werktijd
Wat hoort bij elkaar?
de religie
het geloof
de gewoonte
gewend zijn
groeten
'hallo' zeggen
met respect
anders
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.