Maria draagt een blauwe jurk, want het is mooi weer.
Mijn vader heeft zwart haar en een zwarte baard op zijn gezicht.
In het contract staat welke rechten werknemers in dit bedrijf hebben.
Als het mooi weer is, eten we altijd buiten. Dat is onze gewoonte.
Mijn ouders hebben een discussie over de vakantie. Ze hebben allebei een andere mening.
Jarek draagt een T-shirt met lange mouwen en een trui, want het is koud vandaag.