Lees de zin. Kies het goede antwoord.
Paulo ___ zijn dag heel precies. Hij weet altijd wat hij gaat doen.
plant
spreekt
We hebben veel ___ van onze buren. Ze maken veel lawaai.
overlast
overzicht
Veel mensen ___ tegenwoordig via berichtjes en sociale media.
communiceren
sturen
‘Sorry, ik begrijp je niet zo goed. Ik weet niet wat je ___.’
bedoelt
bestaat
Toen Sara in Nederland kwam, was ze niet ___ aan het koude weer.
gewend
gezellig
Maria is ziek. Daarom moet ze de afspraak met haar zus ____.
afzeggen
opzeggen
Karim en Hanza ___ dat ze morgenochtend om 10.00 uur gaan hardlopen.
spreken af
spreken
Deze trein gaat ___ naar Zwolle. U hoeft niet over te stappen.
direct
langzaam
Deze man kijkt heel boos, hij is niet zo ___.
uiterlijk
vriendelijk
Sinan wil zijn Nederlands ___. Daarom volgt hij een cursus.
verbeteren
verhogen
Als u niet naar de afspraak kunt komen, moet u dat 24 uur ___ zeggen. Dus niet na de afspraak.
later
van tevoren
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.