Draai je tablet om verder te gaan.

2 Omgaan met anderen

Contact met anderen

1 Woorden oefenen

1

Lees de zinnen. Kies het goede antwoord.

Sara houdt van sporten in een team, zoals ___.

 Ben je ___ van de bibliotheek? Dan kun je boeken lenen.

Peter werkt als ___ in een zorgcentrum. Hij doet dat voor zijn plezier.

In  ___ van ons bedrijf kun je eten en drinken kopen. Het is niet zo duur.

Vorig jaar is mijn opa ___ . Ik mis hem.

Mijn buurvrouw is jarig. Ik ___ haar.

Als ik op vakantie ben, stuur ik mijn moeder een ___.

We gaan morgen ___ bij onze vrienden. Ze hebben een nieuw huis.

Mijn telefoon is kapot. Dat vind ik heel ___.

0 van de 9 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Als je een nieuwe baan hebt, leer je veel nieuwe mensen kennen.

We feliciteren onze buren met de geboorte van hun baby.

De buurman is overleden. We wensen de buurvrouw veel sterkte met het verlies.

Zullen we morgen bij je ouders op bezoek gaan? Dat is gezellig.

Peter wil graag lid van een voetbalclub worden.

We sturen mijn moeder een kaart voor haar verjaardag.

De docent is ziek. De les kan helaas niet doorgaan.

Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

mensen leren kennen

sociale contacten

feliciteren

de geboorte

sturen

de kaart

meehelpen

de vrijwilliger

overleden

vervelend nieuws

sporten

voetbal

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.