Nasılsın?
Hava güzel, değil mi?
Metni dinle.Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.
Luister naar de tekst.Sleep de goede woorden in de zin.
Lex, sokakta Jafar adlı arkadaşıyla karşılaşıyor.
- Hey, Jafar!
- Ha, Lex.
- İyiyim.
Sen nasılsın?
- Ben de iyiyim.
- Evet, harika.
Baban nasıl?
- Hım, pekiyi değil.
Sık sık rahatsız.
- Ah, üzüldüm.
Babana selam söyle.
- Söylerim.
Hoe gaat het? Lex ontmoet een vriend op straat, Jafar.
Hé, Jafar!
Ha, Lex. Hoe gaat het?
Goed hoor. En met jou?
Ook goed. Lekker weer, hè?
Ja, heerlijk. Hoe is het met je vader?
Hmm, niet zo goed. Die is vaak ziek.
Oh, wat vervelend. Doe je vader de groeten.
Zal ik doen.
Mercedes, sokakta Halina adlı bir kız arkadaşıyla karşılaşıyor.
- Hey merhaba, Mercedes.
- Selam Halina.
İyi misin?
- Eh işte, pek iyi değilim.
Bir haftadır başım ağrıyor.
Biraz rahatsızım.
- Öyleyse, geçmiş olsun!
- Sağ ol.
Mercedes ontmoet een vriendin op straat, Halina.
Hé hallo, Mercedes.
Dag Halina. Alles goed?
Nou nee, niet zo goed. Ik heb al een week hoofdpijn. Ik ben een beetje ziek.
Nou, beterschap!
Dank je.
Metni dinle ve aynı zamanda oku.
Luister naar de tekst en lees mee.
Ha, Lex.Hoe gaat het?
Goed hoor.En met jou?
Ook goed.Lekker weer, hè?
Ja, heerlijk.Hoe is het met je vader?
Hmm, niet zo goed.Die is vaak ziek.
Oh, wat vervelend.Doe je vader de groeten.
Dag, Halina.Alles goed?
Nou nee, niet zo goed.Ik heb al een week hoofdpijn.Ik ben een beetje ziek.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.