Draai je tablet om verder te gaan.

3 Hoe gaat het?

Nasılsın?

Kom je voetbal bij me kijken?

Bende futbol seyredelim mi?

1 Woorden oefenen

1

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin. 
Kies het goede antwoord.

Mijn vriend heeft ... bij de Aldi.

Ik werk bij Albert Heijn. Ik ... 's ochtends om 8 uur.

Ik heb een makkelijke baby. Ik ben ...!

Mijn nieuwe baan is ... Ik werk van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags.

Ik drink water en ik ... vlees en groenten.

Jonathan komt bij me op bezoek. Dat is ...

'Sorry, zondag kan ik niet komen. Dat is ...!'

6.45 uur is ... voor zeven.

15 minuten heet een ...

Het is ... Ik ga slapen.

De oude vrouw kan niet goed ...

Ik heb geen kinderen. In mijn huis is geen ...

Je hebt een ... huis. Gefeliciteerd!

Ik kijk met mijn vrienden naar ... op tv.

14 van de 14 goed.
Opnieuw invullen

2

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ga ... 10 uur naar de markt.

Mijn ... zijn oud. Mijn moeder is 80 en mijn vader is 85.

'..., ik kan vandaag niet komen. Kan ik morgen komen?'

Ik ben ... met mijn mooie, nieuwe huis. 

'Ik zie je ... zondag? Of is het zaterdag?'

'Wat is er ...? Voetbal?'

Ik ... mijn vrienden uit. Ik ga tv kijken met mijn vrienden.

Mijn kind heeft 6 weken ... En ik moet werken.

'Wat doe je ...? Ga je mee naar mijn moeder?'

Het is 6 uur 's ochtends. Het is ...

'Ik kom graag bij je op bezoek. Morgen ... ik niet, zaterdag wel.' 

Ik kijk graag naar ... op tv.

'De supermarkt is nog een ... open. Ik moet snel gaan.' 

13 van de 13 goed.
Opnieuw invullen

3

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

'Begint het voetbal om 8 uur of om 9 uur?'
6.15 uur is kwart over zes.
Ik kijk tv met mijn vrouw en kinderen.
Ik heb vijf kinderen. Ik heb het druk.

Opnieuw invullen

4

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Sorry, ik kan niet komen. Ik ben ziek.'

Ik nodig Anna uit. Ik zeg: 'Kom je bij me kijken?'

Mijn ouders komen op bezoek. Dat is gezellig.

Ik heb een nieuwe baan. Ik ben blij.

Opnieuw invullen

5

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Werk je graag? Is je baan leuk?'

Ik ga om 8.30 uur naar school. De school begint om 9.00 uur.

Het is 17.00 uur. Ik ga naar huis. Ik ga vanavond voetbal kijken. 

Ik heb het druk. Ik kan niet komen. Dat is jammer.

Opnieuw invullen

6

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is niet vaak mooi weer in Nederland.

'Ik ga naar school. Jij gaat toch ook?'

Ik heb een leuk huis en een leuke baan. Ik ben tevreden.

In mijn straat is veel lawaai. Dat is niet fijn. 

Opnieuw invullen

7

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

horen

zien

laat

vroeg

werk

vakantie

eten

drinken

ouders

kinderen

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.