Nasılsın?
Bende futbol seyredelim mi?
Cümleyi oku.
Doğru yanıtı seç.
Lees de zin. Kies het goede antwoord.
Mijn vriend heeft ... bij de Aldi.
een baan
een buurt
Ik werk bij Albert Heijn. Ik ... 's ochtends om 8 uur.
begin
begrijp
Ik heb een makkelijke baby. Ik ben ...!
blij
warm
Mijn nieuwe baan is ... Ik werk van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags.
druk.
koud.
Ik drink water en ik ... vlees en groenten.
eet
zie
Jonathan komt bij me op bezoek. Dat is ...
gezellig.
goedkoop.
'Sorry, zondag kan ik niet komen. Dat is ...!'
boven
jammer
6.45 uur is ... voor zeven.
kwart
kwartier
15 minuten heet een ...
cijfer.
kwartier.
Het is ... Ik ga slapen.
laat.
vaak.
De oude vrouw kan niet goed ...
horen.
kennen.
Ik heb geen kinderen. In mijn huis is geen ...
lawaai.
pond.
Je hebt een ... huis. Gefeliciteerd!
mooi
slecht
Ik kijk met mijn vrienden naar ... op tv.
voetbal
vrijdag
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Ik ga ... 10 uur naar de markt.
om
op
Mijn ... zijn oud. Mijn moeder is 80 en mijn vader is 85.
ouders
vrienden
'..., ik kan vandaag niet komen. Kan ik morgen komen?'
Prima
Sorry
Ik ben ... met mijn mooie, nieuwe huis.
prima
tevreden
'Ik zie je ... zondag? Of is het zaterdag?'
of
toch
'Wat is er ...? Voetbal?'
op bezoek
op tv
Ik ... mijn vrienden uit. Ik ga tv kijken met mijn vrienden.
ga
nodig
Mijn kind heeft 6 weken ... En ik moet werken.
tv.
vakantie.
'Wat doe je ...? Ga je mee naar mijn moeder?'
alstublieft
vanavond
Het is 6 uur 's ochtends. Het is ...
vroeg.
'Ik kom graag bij je op bezoek. Morgen ... ik niet, zaterdag wel.'
kan
moet
Ik kijk graag naar ... op tv.
'De supermarkt is nog een ... open. Ik moet snel gaan.'
Cümleyi dinle.
Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
'Begint het voetbal om 8 uur of om 9 uur?'6.15 uur is kwart over zes.Ik kijk tv met mijn vrouw en kinderen.Ik heb vijf kinderen. Ik heb het druk.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
'Sorry, ik kan niet komen. Ik ben ziek.'
Ik nodig Anna uit. Ik zeg: 'Kom je bij me kijken?'
Mijn ouders komen op bezoek. Dat is gezellig.
Ik heb een nieuwe baan. Ik ben blij.
'Werk je graag? Is je baan leuk?'
Ik ga om 8.30 uur naar school. De school begint om 9.00 uur.
Het is 17.00 uur. Ik ga naar huis. Ik ga vanavond voetbal kijken.
Ik heb het druk. Ik kan niet komen. Dat is jammer.
Het is niet vaak mooi weer in Nederland.
'Ik ga naar school. Jij gaat toch ook?'
Ik heb een leuk huis en een leuke baan. Ik ben tevreden.
In mijn straat is veel lawaai. Dat is niet fijn.
Hangileri birbirlerine uyuyor?
Wat hoort bij elkaar?
horen
zien
laat
vroeg
werk
vakantie
eten
drinken
kinderen
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.