Draai je tablet om verder te gaan.

3 Hoe gaat het?

Nasılsın?

Gefeliciteerd!

Tebrikler!

1 Woorden oefenen

1

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ontmoet morgen de vriendin van Petros. Ik ben ...!

Het is vandaag ... koud.

Ik ga in ... naar Australië. Het is in die maand warm in Australië.

Mijn dochter trouwt morgen. Dan is het ...

'Kom je ... naar huis? Ik wil eten.' 

'Hoor je het lawaai? Wat ... er op straat?'

'Heb je een nieuw huis? ...!'

Ik heb een beetje hoofdpijn. Ik ben ... niet ziek.

Ik ... de sinaasappel aan het kind. Het kind eet de sinaasappel.

Ik heb een klein huis. Mijn ouders hebben een ... huis.

Ik heb een baan. Ik ben ... blij.

'Ken je al ... op je nieuwe school?'

Ik ben vandaag ... Ik ben nu 28 jaar.

'Je hebt zin in chips. Dat is ... goed. In de keuken zijn chips.'

14 van de 14 goed.
Opnieuw invullen

2

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Het huis van de buurman is al drie maanden leeg. Ik ... morgen een nieuwe buurman.

Ik ... vandaag werken. Morgen heb ik vakantie.

'Luister je naar ...?'

Mijn zoon heeft nu een vriendin. Dat is goed ...

'Ik heb nieuwe ... Mooi, hè?' 

Ik heb een ... in de keuken. Dat is makkelijk. We eten in de keuken.

'Mijn dochter gaat met de buurman ... Leuk, hè?'

'... krijg je vakantie? In februari?'

'Krijg ik ... voor je feest?'

'Hoe is je baan? Heb je leuk ...?'

Ik heb ... vrienden. Dat is fijn.

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

3

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

De buurvrouw is vandaag jarig. Ik ga even op bezoek.
De kinderen eten met de ouders aan de tafel.
'Ik geef een groot feest in februari. Kom je ook?'
Mijn vriendin heeft veel kleren.

Opnieuw invullen

4

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is vandaag gelukkig niet koud. 

'Is er vandaag iemand jarig?'

Op het feest is lekker eten en leuke muziek.

De markt in Amsterdam is groot. De markt in mijn dorp is klein. 

Opnieuw invullen

5

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Geef je de boodschappenlijst aan mij? Dan ga ik boodschappen doen.

Gebeurt er iets op straat? Het is zo druk. 

Krijg ik een uitnodiging van je? Ik wil graag op je feest komen.

Ik ga boodschappen doen. Moet ik ook thee kopen?

Opnieuw invullen

6

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

In de maand februari is het koud in Nederland. 

'Ik heb slecht nieuws. Mijn vader is erg ziek.'

Ik ga graag naar mijn werk.

'Je bent jarig: gefeliciteerd!'

Opnieuw invullen

7

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

het werk

de baan

gauw

snel

wanneer

hoe laat

erg

heel

Opnieuw invullen

8

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

naar muziek

luisteren

een uitnodiging

krijgen

met iemand

trouwen

benieuwd

zijn

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.