Nasılsın?
Tebrikler!
Cümleyi oku.
Doğru yanıtı seç.
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Ik ontmoet morgen de vriendin van Petros. Ik ben ...!
benieuwd
nieuw
Het is vandaag ... koud.
erg
veel
Ik ga in ... naar Australië. Het is in die maand warm in Australië.
februari
vakantie
Mijn dochter trouwt morgen. Dan is het ...
feest.
jammer.
'Kom je ... naar huis? Ik wil eten.'
gauw
oud
'Hoor je het lawaai? Wat ... er op straat?'
gebeurt
gaat
'Heb je een nieuw huis? ...!'
Gefeliciteerd
Beterschap
Ik heb een beetje hoofdpijn. Ik ben ... niet ziek.
gelukkig
jammer
Ik ... de sinaasappel aan het kind. Het kind eet de sinaasappel.
geef
neem
Ik heb een klein huis. Mijn ouders hebben een ... huis.
tevreden
groot
Ik heb een baan. Ik ben ... blij.
heel
'Ken je al ... op je nieuwe school?'
iemand
welkom
Ik ben vandaag ... Ik ben nu 28 jaar.
jarig.
'Je hebt zin in chips. Dat is ... goed. In de keuken zijn chips.'
helemaal
Het huis van de buurman is al drie maanden leeg. Ik ... morgen een nieuwe buurman.
krijg
kijk
Ik ... vandaag werken. Morgen heb ik vakantie.
moet
wacht
'Luister je naar ...?'
muziek
suiker
Mijn zoon heeft nu een vriendin. Dat is goed ...
nieuws.
weer.
'Ik heb nieuwe ... Mooi, hè?'
kleren.
melk.
Ik heb een ... in de keuken. Dat is makkelijk. We eten in de keuken.
uur
tafel
'Mijn dochter gaat met de buurman ... Leuk, hè?'
trouwen.
wachten.
'... krijg je vakantie? In februari?'
Wanneer
Wat
'Krijg ik ... voor je feest?'
een tafel
een uitnodiging
'Hoe is je baan? Heb je leuk ...?'
fruit
werk
Ik heb ... vrienden. Dat is fijn.
zieke
Cümleyi dinle.
Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
De buurvrouw is vandaag jarig. Ik ga even op bezoek.De kinderen eten met de ouders aan de tafel.'Ik geef een groot feest in februari. Kom je ook?'Mijn vriendin heeft veel kleren.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Het is vandaag gelukkig niet koud.
'Is er vandaag iemand jarig?'
Op het feest is lekker eten en leuke muziek.
De markt in Amsterdam is groot. De markt in mijn dorp is klein.
Geef je de boodschappenlijst aan mij? Dan ga ik boodschappen doen.
Gebeurt er iets op straat? Het is zo druk.
Krijg ik een uitnodiging van je? Ik wil graag op je feest komen.
Ik ga boodschappen doen. Moet ik ook thee kopen?
In de maand februari is het koud in Nederland.
'Ik heb slecht nieuws. Mijn vader is erg ziek.'
Ik ga graag naar mijn werk.
'Je bent jarig: gefeliciteerd!'
Hangileri birbirlerine uyuyor?
Wat hoort bij elkaar?
het werk
de baan
snel
wanneer
hoe laat
naar muziek
luisteren
krijgen
met iemand
trouwen
zijn
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.