Nasılsın?
Arkadaşlarla görüşmek
Cümleyi oku.Doğru yanıtı seç.
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
De ... van Kwasi is twee maanden.
baby
moeder
Myriam komt ... bij Femi.
naar huis
op bezoek
'Welkom. Kom ...!'
binnen
ver
'... je koffie of thee?'
Eet
Drink
Nala ... een zoon en een dochter.
heeft
heb
Ik woon in een ... dorp.
klein
ziek
'Wat wil je drinken? ... of thee?'
Kip
Koffie
Mijn buurvrouw is een ... vrouw.
leuke
kilo
In mijn straat is een Aldi. Dat is ...
makkelijk.
klopt.
'Kan ik je iets ...? Koffie, thee?'
aanbieden
binnenkomen
Een moeder heet ...
dochter.
mama.
'Kom ... Wil je iets drinken?'
binnen.
lekker.
De baby slaapt ...
boven.
over.
'Ik ga naar de markt. Ga je ...?'
aan
mee
De baby drinkt ...
koffie.
melk.
'Drink je thee? Dan ... ik ook thee.'
ga
neem
'Hoe ... ben je? Ik ben 46 jaar.'
oud
Een vader heet ...
zoon.
papa.
'Je komt morgen op bezoek. Dat is ...'
prima.
duur.
Ik ... zeven uur. Ik werk acht uur.
begrijp
slaap
Ik koop ... in de supermarkt.
straat
suiker
Het weer is koud, ... is warm. Lekker!
de boodschappen
de thee
'Kom binnen. Ga ... Wil je koffie?'
slapen.
zitten.
Ik drink graag ... Ik drink geen koffie of thee.
suiker.
water.
'Wil je chips? Dan moet je ... naar de supermarkt. Ik ga niet!'
naast
zelf
Ik ... Lula in de supermarkt. Ik zeg hallo.
praat
zie
Cümleyi dinle.
Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.
Lees de zin. Sleep het goede woord in de zin.
'Ik ga boodschappen doen. Ga je mee?''Ik ga naar school. Zie ik je op school?''Ik drink koffie. Neem jij ook koffie?''Doe de groeten aan je moeder.'
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
'Kom binnen. Fijn je te zien!'
De school is niet ver van mijn huis. Dat is makkelijk.
Ik heb vijf kinderen en mijn huis is klein. Dat is niet fijn.
Een kind van zes maanden is een baby.
Mijn moeder is oud: 90 jaar.
'Ga maar op de bank zitten.'
'Wat kan ik je aanbieden? Wil je iets drinken?'
'Jij gaat dus naar de markt? Dat is prima!'
Wil je melk en suiker in je thee?
Ga je naar boven? Ga je slapen?
Mijn vriendin heeft een baby van twee maanden.
Ik drink geen koffie en thee. Ik drink graag water.
'Kom je morgen bij me op bezoek?'
Kinderen in Nederland drinken melk.
Ik slaap in het huis van mijn vriend. Ik heb zelf geen huis.
Hoe oud is de baby?
Hangileri birbirlerine uyuyor?
Wat hoort bij elkaar?
leuk
vervelend
papa
mama
koffie
thee
eten
drinken
hebben
gebruiken
slapen
werken
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.