Draai je tablet om verder te gaan.

3 Hoe gaat het?

Nasılsın?

Leuk je te zien!

Arkadaşlarla görüşmek

1 Woorden oefenen

1

Cümleyi oku.
Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

De ... van Kwasi is twee maanden.

Myriam komt ... bij Femi.

'Welkom. Kom ...!' 

'... je koffie of thee?' 

Nala ... een zoon en een dochter.

Ik woon in een ... dorp.

'Wat wil je drinken? ... of thee?' 

Mijn buurvrouw is een ... vrouw.

In mijn straat is een Aldi. Dat is ...

'Kan ik je iets ...? Koffie, thee?'

Een moeder heet ...

'Kom ... Wil je iets drinken?'

De baby slaapt ...

13 van de 13 goed.
Opnieuw invullen

2

Cümleyi oku.
Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

'Ik ga naar de markt. Ga je ...?'

De baby drinkt ...

'Drink je thee? Dan ... ik ook thee.' 

'Hoe ... ben je? Ik ben 46 jaar.'

Een vader heet ...

'Je komt morgen op bezoek. Dat is ...' 

Ik ... zeven uur. Ik werk acht uur.

Ik koop ... in de supermarkt.

Het weer is koud, ... is warm. Lekker!

'Kom binnen. Ga ... Wil je koffie?'

Ik drink graag ... Ik drink geen koffie of thee.

'Wil je chips? Dan moet je ... naar de supermarkt. Ik ga niet!' 

Ik ... Lula in de supermarkt. Ik zeg hallo.

13 van de 13 goed.
Opnieuw invullen

3

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin. 
Sleep het goede woord in de zin. 

'Ik ga boodschappen doen. Ga je mee?'
'Ik ga naar school. Zie ik je op school?'
'Ik drink koffie. Neem jij ook koffie?'
'Doe de groeten aan je moeder.'

Opnieuw invullen

4

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Kom binnen. Fijn je te zien!'

De school is niet ver van mijn huis. Dat is makkelijk.

Ik heb vijf kinderen en mijn huis is klein. Dat is niet fijn.

Een kind van zes maanden is een baby.

Opnieuw invullen

5

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn moeder is oud: 90 jaar.

'Ga maar op de bank zitten.'

'Wat kan ik je aanbieden? Wil je iets drinken?'

'Jij gaat dus naar de markt? Dat is prima!' 

Opnieuw invullen

6

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Wil je melk en suiker in je thee?

Ga je naar boven? Ga je slapen?

Mijn vriendin heeft een baby van twee maanden.

Ik drink geen koffie en thee. Ik drink graag water.

Opnieuw invullen

7

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Kom je morgen bij me op bezoek?'

Kinderen in Nederland drinken melk.

Ik slaap in het huis van mijn vriend. Ik heb zelf geen huis.

Hoe oud is de baby?

Opnieuw invullen

8

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

leuk

vervelend

papa

mama

koffie

thee

Opnieuw invullen

9

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

eten

drinken

hebben

gebruiken

slapen

werken

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.