Slotopdracht Doe de opdracht met de docent.
Praktijkopdracht
1 Ga naar een snackbar of een café en luister.
Welke woorden en zinnen hoor je? Wat begrijp je?
2 Ga naar een snackbar of een café en praat Nederlands.
Zeg wat je wilt eten en drinken.
Bedenk eerst:
Vul in. Wat kun je?
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.