Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Ik bel ... uw bestelling.
naar
over
De voetbaltraining was ...
zacht.
zwaar.
De les duurt ... twee uur.
in totaal
totaal
... is dat een goed idee.
Volgens mij
Zonder mij
Ik ... je later.
spreek
zoek
Hij doet ... van de geboorte van zijn kind.
aangifte
administratie
Alles zit erop en ...
eraan.
eraf.
Het is niet leuk, ..., niets aan te doen.
maar bah
maar ja
Sleep het goede woord in de zin.
De baby is geboren. Binnen 3 dagen moet je aangifte doen.
Vandaag had ik een moeilijke toets. Alles is gelukkig goed gegaan!
Goedemoren, ik bel over de energierekening.
Jim mag voorlopig niet sporten. Volgens de dokter is dat niet goed.
Olaf heeft geen werk meer. Wat naar voor hem.
Sofia woont sinds kort in Nederland. Ze spreekt al goed Nederlands. Geweldig!
Ik wil een pizza met alles erop en eraan: kaas, groente en vlees.
Jammer dat je niet komt, maar ja, ik begrijp het wel!
In een ander land wonen is niet makkelijk. Soms is het zwaar.
Kies de goede reactie.
Hoeveel kosten de boodschappen?
Allemaal 23 euro.
In totaal 23 euro.
Hoe was het vandaag?
Alles is goed gegaan.
De wekker is gegaan.
Ik heb een nieuwe baan!
Geweldig!
Rot voor je!
Ik moet nu weg.
Ik denk van niet.
Ik spreek je later.
Ik ben mijn sleutel kwijt, dus ik kan niet naar binnen.
Dat is flauw van je.
Wat naar voor je.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.