Draai je tablet om verder te gaan.

15 Het is een jongen!

Wat is zijn naam?

1 Doe de taak

Lezen en praten over aangifte doen van een geboorte.

1

Luister naar de tekst en lees mee.

We noemen hem Zack

De baby van Max is drie weken geleden geboren. Nu is Max terug op zijn werk. Hij praat met zijn collega Angélique.

Angélique

Hé Max! Je bent weer terug, wat leuk! Hoe gaat het?

Max

Hoi Angélique, ja goed, hoor.

Angélique

Nou, gefeliciteerd met de geboorte van je zoon! Sorry, ik wilde je nog bellen en een cadeautje opsturen, maar ik ben het helemaal vergeten. Maar vertel, hoe gaat het?

Max

Ja wel goed, hoor. Ik ben doodmoe, maar ja…

Angélique

Ja, dat geloof ik. Hoe gaat het met de baby?

Max

Ja, heel goed, eigenlijk. Hij kan heel hard brullen, maar hij is ook heel lief. Hij groeit snel. Hij is nu 52 centimeter lang. Volgens de dokter is dat gemiddeld voor een jongen. Verder is hij gezond. Hij heeft tien vingers en tien tenen. Alles zit erop en eraan. Dus ja, we zijn heel opgelucht.

Angélique

Geweldig! Wat fijn dat het zo goed gaat. En wat is zijn naam?

Max

Hij heet Zackeria , maar we noemen hem Zack.

Angélique

O, wat een leuke naam! Dat hoor je niet vaak.

Max

Ja, dat zeiden ze bij het gemeentehuis ook. Daar moest ik aangifte doen van de geboorte. We wilden graag een internationale naam, niet zo traditioneel.

Angélique

Ja, precies, heel leuk! En hoe gaat het met je vriendin? Is de bevalling goed gedaan?

Max

De bevalling was wel zwaar. Het duurde achttien uur in totaal. Daarna moest ze nog drie dagen met de baby in het ziekenhuis blijven. Toen kon ik alleen tijdens het bezoekuur langskomen. Maar ja, inmiddels zijn ze lekker thuis, gelukkig.

Angélique

O, wat naar voor je vriendin. Fijn dat het nu beter gaat.

Max

Ja, haar ouders zijn nu op bezoek, uit Amerika. Die wilden natuurlijk hun eerste kleinzoon zien.

Angélique

Ja, natuurlijk. Zeg, ik moet nog duizend dingen doen, dus ik moet gaan. Ik bel je dadelijk nog even over het nieuwe werkschema.

Max

Ja, dat is goed. Ik spreek je later.

Angélique

Hé en gefeliciteerd nogmaals! Je krijgt nog een cadeautje van me, hoor.

Max

O, dat hoeft niet hoor, maar dankjewel!

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

  1. Wat vertelt de man over zijn baby? Noem twee dingen.
  2. Wat zegt hij over de naam van de baby?
  3. Wat vertelt de man over zijn vriendin?
  4. Wat gaat de vrouw straks doen?

 

3

Werk samen. Praat over de vragen.

  1. Vertel over je voornaam, bijvoorbeeld:
    • Wat betekent je naam?
    • Waarom hebben je ouders deze naam gekozen?
    • Hebben veel mensen in je herkomstland deze voornaam?
  2. Vertel over je achternaam, bijvoorbeeld:
    • Hoeveel achternamen heb je?
    • Hebben veel mensen in je herkomstland deze achternaam?
    • Hebben je ouders dezelfde achternaam?
  3. Hoe kiezen mensen in je herkomst land meestal een naam voor een baby?
  4. Wat vind je een mooie naam voor een baby?

4

Lees de tekst. Sleep de zinnen in de tekst.

 

    Wat kost de aangifte?

    Hoe kunt u aangifte doen?

    In welke gemeente moet u aangifte doen?

    Wanneer moet u aangifte doen?

    Wie kan de aangifte doen?

    Welke documenten hebt u nodig?

    Welke namen kunt u kiezen?

    Kijk na

    5

    Lees de vragen en de tekst. Kies het goede antwoord. Gebruik de tekst van opdracht 4.

    Nadia heeft een baby gekregen. Op welke manier kan ze aangifte van de geboorte doen?

    De baby van Salvador is op zaterdag geboren. Op welke dag kan hij aangifte doen?

    Inna woont in de gemeente De Bilt. Haar baby is in de gemeente Utrecht geboren. Bij welke gemeente moet ze aangifte doen?

    Lamya heeft geen partner. Ze krijgt een baby in het ziekenhuis. De dokter is bij de bevalling aanwezig. Wie kan aangifte van de geboorte doen?

    Mirko doet aangifte van de geboorte van zijn zoon. Hij gaat naar het gemeentehuis. Wat heeft hij nodig?

    Hayad en Tesfalem hebben een dochter gekregen. Ze doen aangifte van de geboorte. Welke achternaam kan hun dochter krijgen?

    0 van de 6 goed.
    Kijk na

    6

    Werk samen. Praat over de vragen.

    1. Vergelijk jullie antwoorden van opdracht 5. Waarom kies je dit antwoord?
    2. Hoe zoek je de antwoorden in de tekst?
    3. Wat lees je eerst: de vraag of de tekst?

    7

    Werk samen. Maak het gesprek af. Gebruik opdracht 4 en 5.

    A werkt bij de gemeente.

    B heeft een baby.

    B wil informatie over de aangifte van de geboorte.

    B belt de gemeente.

    Bedenk samen drie vragen en schrijf de antwoorden op.

    Gebruik opdracht 4 en 5.

     

    A: U spreekt met de gemeente Middelburg.

          Wat kan ik voor u doen?

    B: Hallo, met  

         Ik wil graag informatie over de geboorteaangifte van mijn kind.

    A: Van harte gefeliciteerd!

          Wat wilt u vragen?

    B:  

    A:  

          Heeft u nog een vraag?

    B:  

    A:  

          Heeft u nog meer vragen?

    B:  

    A:  

    B: Bedankt voor de informatie.

    A: Geen probleem en tot ziens.

    B: Dag.

     


    8

    Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 7 hardop.

    A begint.

    Wissel daarna van rol.

    Foutje!

    Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.