Draai je tablet om verder te gaan.

19 Bewegen en zwaar werk

Ik wandel elke dag

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

hardlopen

kickboksen

stofzuigen

traplopen

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

fitness

het hart

de spieren

de wc

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Victor is 20 kilo te zwaar. Hij heeft ...

In de sportschool doe ik ...

Ik eet 's middags nooit warm. Dat ben ik niet ...

's Ochtends doe ik ... werk, bijvoorbeeld strijken en schoonmaken.

Ik heb 20 minuten gerend. Nu heb ik een snelle ...

Jaap krijgt niet genoeg ... Hij moet meer sporten.

De lift was kapot en ik moest vier trappen op. Mijn hart ... snel. 

Ik moet nog één ... doen en dan ben ik klaar.

We doen een ... cursus. We hebben elke dag les en veel huiswerk.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees  de zin.

Kies het goede antwoord.

Sonja beweegt elke dag en sport vaak. Ze heeft een goede ...

Het is mooi weer vandaag. De ... op regen is niet zo groot.

Je moet nu niet stoppen. Je moet ...!

Je moet ... 6 uur per nacht slapen. Korter slapen is niet goed.

Sorry, ik ben onze afspraak vergeten. Nu voel ik me ...

Ik ga elke dag naar de sportschool. Daarna voel ik me ...

Timmeren is ... zwaar werk. Het kost veel energie.

Jasper doet het niet zo goed op school. Zijn cijfers zijn ...

Eerst waren er 15 gasten, nu nog maar 10. Het aantal is ...

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De buurman had problemen met zijn hart. We hebben de ambulance gebeld.

Roken is ongezond. De kans op een ziekte is groot.

Zijn hart klopt niet meer. Hij is overleden.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik moet nog veel klusjes doen in mijn nieuwe huis, zoals verven en schoonmaken.

Meneer Bax zit de hele dag thuis en krijgt niet genoeg beweging.

Kun jij dit optillen? Ik heb niet zulke sterke spieren.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Steeds meer kinderen hebben overgewicht. Ze snoepen te veel en bewegen te weinig.

Ik heb veel gedronken. Nu moet ik naar de wc.

Hoeveel ademhalingen per minuut heb jij na het fietsen?

Ik ga niet mee hardlopen. Ik heb een slechte conditie.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De vloer is vies. Wil jij even  stofzuigen?

Traplopen doen we elke dag, thuis of op het werk.

Hugo vindt het moeilijk om te stoppen met roken. Hij kan het niet volhouden.

Kickboksen is een zware sport. Je kunt blessures krijgen.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik ben al een paar dagen ziek. Ik voel me niet fit.

Ik ben gewend aan fietsen naar mijn werk. Dat vind ik gewoon.

Dat is mijn fout. Ik ben schuldig.

Opnieuw invullen

10

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Opruimen en schoonmaken zijn  huishoudelijke taken.

Voetbal is een intensieve  sport. Je moet veel rennen en bewegen.

Mevrouw Blom is vaak ziek. Ze is lichamelijk niet sterk.

Vandaag is de wind niet sterk, maar matig.

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

rennen

hardlopen

de taak

de klus

minimaal

minstens

kleiner worden

verminderen

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.