Draai je tablet om verder te gaan.

19 Bewegen en zwaar werk

Ga je mee naar de fietsles?

1 Doe de taak

Informatie vragen over een sportles

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Kan ik nog meedoen?

Hafza belt met buurthuis De Brug. Ze wil fietsles nemen.

Eline

Goeiemorgen, met buurthuis De Brug, met Eline.

Hafza

Met Hafza.

Ik heb gehoord dat in mei de fietslessen voor vrouwen weer beginnen.

Eline

Ja, dat klopt.

Hafza

O, fijn.

Kan ik nog meedoen? Is er nog plaats?

Eline

Ja hoor.

Hafza

Is het gratis?

Eline

Nee, deelname kost 30 euro. 

Heb je zelf een fiets?

Hafza

O nee, moet dat dan?

Eline

Nee hoor, we hebben voor de les fietsen in drie maten.

Hafza

Ik denk wel dat ik het ga doen. En misschien heeft mijn buurvrouw ook wel zin om mee te gaan.

Het is toch op dinsdag- en woensdagochtend?

Eline

Ja, dat klopt.

Mag ik dan je naam, telefoonnummer en e-mailadres? Dan stuur ik je alle informatie op.

Je kunt bij de eerste les hier pinnen of contant betalen.

Hoeveel mensen hebben zich al opgegeven?

Noor belt met buurthuis De Boog. Ze wil de cursus Samen bewegen gaan doen.

Janna

Goedemorgen, met buurthuis De Boog, met Janna.

Noor

Met Noor.

Ik wil graag informatie over de cursus Samen bewegen.

Ik kon op jullie website niet zien wanneer die begint. Er staat nergens een datum.

Janna

Dat klopt.

De cursus begint hopelijk op 1 maart, maar hij kan alleen bij voldoende belangstelling doorgaan.

Noor

O, en hoe groot moet de groep dan zijn?

Janna

Minimaal zes personen.

Noor

Weet u hoeveel mensen zich al hebben opgegeven?

Janna

Ik kijk even voor je, een ogenblikje.

Hè, mijn computer is traag, sorry.

Even kijken, we hebben nu vijf inschrijvingen.

Noor

O, mooi, dan ben ik nummer zes.

Moet ik vooraf betalen?

Janna

Ja, je kunt je via de website inschrijven en daarna krijg je een rekening thuisgestuurd.

Noor

Prima, dat ga ik doen.

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

1 A praat over gesprek 1. B praat over gesprek 2.

Vertel allebei:

  • Wat wil de vrouw doen?
  • Welke informatie heeft de vrouw nodig?
  • Wat kost het?
  • Hoe kan ze betalen?

2 Zijn de gesprekken formeel of niet formeel? Hoe kun je dat horen?

3

Werk samen. Praat over de vragen.

  1. Zijn er in je buurt plekken waar je kunt sporten? Bijvoorbeeld een buurthuis, een sportcentrum of een voetbalclub?
  2. Welke activiteiten voor sport en bewegen kun je in je buurt doen? Bijvoorbeeld: een les bij de sportschool, een cursus, een zwemles, etc. Je kunt ook op internet zoeken.
  3. Welke activiteit lijkt je leuk om te doen?

4

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

Informatie vragen over sporten

A: Hé, ik heb gehoord dat de cursus Bodyfit volgende week weer begint.

     Heb je zin om mee te gaan?

B: Wat doe je in de les?

A: Je oefent met bewegen in een groep.

     Je krijgt instructies van een docent.

     Het is goed voor je spieren.

B: Hoe groot is de groep?

A: We zijn meestal met tien personen.

B: Is het gratis?

A: Nee, de deelname kost € 3,50 per les.

B: Moet ik vooraf betalen?

A: Nee hoor, je kunt bij de eerste les pinnen of contant betalen.

B: Hoe kan ik me opgeven?

A: Je kunt een mailtje sturen.

      Ik stuur je straks wel even een link met meer informatie.

B: Oké, dankjewel.

      Het lijkt me leuk.

5

Werk samen. Praat samen.

A wil informatie over een cursus Bodyfit.

B kijkt naar de informatie.

A kijkt niet naar de informatie.

 

A stelt de vragen aan B:

1 Wat doe je in de les?

2 Ik heb niet zo’n goede conditie. Is Bodyfit geschikt voor mij?

3 Mijn vader is 68 jaar. Kan hij ook naar de les komen?

4 Ik wil graag op donderdagavond komen. Kan dat?

5 Is het gratis?

6 Moet ik vooraf betalen?

7 Hoe kan ik me opgeven?

 

B zoekt het antwoord in de tekst.

thema 19-taak 2-5-H-100%

6

Werk samen. Praat samen.

B wil informatie over een fietscursus.

A kijkt naar de informatie.

B kijkt niet naar de informatie.

 

B stelt de vragen aan A:

1 Hoelang duurt een les?

2 Ik ken de verkeersregels niet zo goed. Leer ik dat tijdens de cursus?

3 Mijn broertje is 12 jaar. Kan hij ook een fietscursus volgen?

4 Kan ik met de bus naar het buurthuis komen?

5 Moet ik vooraf betalen?

6 Wanneer moet ik me opgeven?

7 Ik heb geen fiets. Is dat een probleem?

 

A zoekt het antwoord in de tekst.

thema 19-taak 2-6-H-100%

7

Werk samen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A kiest een cursus van opdracht 5 of 6.

A vraagt aan B: Heb je zin om mee te gaan naar….?

B stelt drie vragen over de cursus.

A beantwoordt de vragen: gebruik opdracht 5 of 6.

B wil graag mee.

8

Werk samen. Praat samen. Doe het gesprek van opdracht 7 nog een keer.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

B wil nu niet mee en zegt waarom.

9

Werk samen. Praat samen. Doe het gesprek van opdracht 7 nog een keer.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A bedenkt nu zelf een activiteit.

B kiest zelf een reactie.

Je kunt opdracht 3 gebruiken of eerst informatie over een activiteit opzoeken.

10

Schrijf een e-mail.

Je wilt een cursus volgen. Kies een cursus van opdracht 5 of 6 of zoek zelf een cursus op internet.

  • Schrijf een formele e-mail
  • Schrijf dat je de cursus wilt volgen
  • Vraag drie dingen over de cursus
Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.