Draai je tablet om verder te gaan.

19 Bewegen en zwaar werk

Een teamsport is echt iets voor mij

1 Doe de taak

Een sport kiezen en advies geven

1

Lees de tekst.

 

thema 19-taak 3-1-H-100%

2

Werk samen. Vul het schema in. Gebruik opdracht 1.

 

Gebruik de informatie uit de leestekst.

Kies ook drie andere sporten.

3

Werk samen. Praat over de vragen.

  1. Welke sport vind je leuk? Waarom?
  2. Doe je een sport? Waarom wel of niet?
  3. Kreeg je vroeger op de basisschool sportles? Welke sporten deden jullie?
  4. Vind je sport belangrijk? Waarom wel of niet?
  5. Welke sporten doen veel mensen in je land van herkomst?

4

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.
Wissel daarna van rol.

Vertellen welke sport bij je past

A: Sport je liever samen of individueel?

B: Ik sport liever alleen.

A: Wil je liever binnen of buiten sporten?

B: Ik wil liever buiten sporten.

A: Wil je liever een intensieve sport of een rustige sport?

B: Ik wil liever een intensieve sport.

     Ik wil mijn conditie verbeteren.

A: Ik denk dat hardlopen bij je past.

      Dat is echt iets voor jou.

B: Bedankt voor je advies.

5

Vul het schema in.

Welke sport past bij jou? Lees de woorden. Kruis aan.

 

Ik wil liever...

6

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 5.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A stelt de vragen aan B.

B antwoordt in een hele zin.

A kiest een sport voor B en geeft advies.

B reageert.

 

A: Wil je liever samen of individueel sporten?

B: Ik …

A: Wil je liever binnen of buiten sporten?

B: Ik…

A: Wil je liever een intensieve sport of een rustige sport?

B: Ik …
A: Wil je liever je spierkracht verbeteren of je conditie verbeteren?
B: Ik …

A: Ik denk dat ….

      Dat is echt iets voor jou.
B: …

7

Werk samen. Kijk naar de afbeeldingen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A kiest een foto.

A zegt niet welke foto hij kiest.

B stelt vragen over de sport, bijvoorbeeld:

  • Is het een individuele sport?
  • Is het een dure sport?

A mag alleen ‘ja’ of ‘nee’ zeggen.

B zegt welke sport A heeft gekozen.

thema 19-taak 3-7-H-100%

8

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je leest een bericht op internet.

Schrijf een advies.

Stuur naar je docent

9

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je krijgt een bericht van een vriend.

Schrijf dat je niet meegaat.

Zeg waarom niet: schrijf twee redenen.

Schrijf over een andere activiteit. Wat kunnen jullie wel samen doen?

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.