Vertellen welke sport bij je past
A: Sport je liever samen of individueel?
B: Ik sport liever alleen.
A: Wil je liever binnen of buiten sporten?
B: Ik wil liever buiten sporten.
A: Wil je liever een intensieve sport of een rustige sport?
B: Ik wil liever een intensieve sport.
Ik wil mijn conditie verbeteren.
A: Ik denk dat hardlopen bij je past.
Dat is echt iets voor jou.
B: Bedankt voor je advies.