Draai je tablet om verder te gaan.

19 Bewegen en zwaar werk

Ga je mee naar de fietsles?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.
Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

De cursus bestaat ... 8 lessen.

Kan ik ... meedoen?

Deelname ... 10 euro.

Ik heb ... om mee te gaan.

Heeft u een ...?

Is er ... plaats?

De cursus gaat door bij voldoende ...

Moet ik ... betalen?

Je kunt je via de website ...

Ik denk dat ik het ... doen.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb gehoord dat je gaat trouwen. Gefeliciteerd!

Prima, dat ga ik doen. Geen probleem.

Kan ik me inschrijven voor de lessen?

Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat ik het ga doen.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

We hebben fietsen in twee maten, voor lange en korte mensen.

Waar kunnen we zitten? Is daar nog plaats?

De les gaat door bij voldoende belangstelling. We hebben minimaal 5 cursisten nodig.

Ik ga even voor u kijken. Een ogenblikje.

Opnieuw invullen

4

Wat hoort bij elkaar?

Heb je zin

om mee te gaan?

U moet

vooraf betalen.

Een week bestaat

uit zeven dagen.

Ik heb gehoord dat

je jarig bent.

We hebben deze schoenen

in vijf maten.

Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Hoeveel kost de cursus?

Wil je dit formulier invullen?

Hoe kan ik me inschrijven?

De training begint volgende week.

Ik ben al klaar met de oefening.

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.