Luister naar de tekst.
Kies het goede antwoord.
Jacky en Paola sporten ...
veel.
weinig.
Jacky wil graag met Paola ...
fietsen.
zwemmen.
De kinderen van Paola ...
gaan mee.
blijven thuis.
De man van Paola moet zaterdag ...
werken.
sporten.
Paola moet ...
om vier uur thuis zijn.
om drie uur thuis zijn.
Rashid heeft ...
geen zin om naar de sportschool te gaan.
wel zin om naar de sportschool te gaan.
Rashid heeft pijn aan zijn ...
arm.
been.
Rashid kan ...
nooit meer sporten.
een tijdje niet meer sporten.
Sleep de goede woorden in de zin.
Zullen we samen naar het zwembad gaan?
Jacky belt haar vriendin Paola.
Met Paola Summa.
Hoi Paola, met Jacky. Zullen we zaterdag samen naar het zwembad gaan? Ik moet echt een beetje meer bewegen.
Ja, dat geldt ook voor mij. Ik doe bijna niets meer. Ik loop nog wel met de kinderen naar de speeltuin, in het park bij ons in de buurt. Maar ik sport niet en ik zit veel. Ik leef niet echt gezond. Dus ja. Ik ga met je mee.
En de kinderen? Die kunnen ook wel met ons mee.
Nee, die zijn zo snel moe. Die blijven lekker thuis. Bij hun vader. Ik vraag het hem even. Felix? Ga jij zaterdag weg of ben je zaterdag thuis? Kan jij op de kinderen passen? Ik wil gaan zwemmen met Jacky. Oké?
Ik kan wel oppassen, maar ik moet om vier uur op mijn werk zijn. Ben je dan weer terug?
Ja, fijn. Ik beloof het je: ik ben op tijd weer thuis. Dus Jacky, je hoort het. Ik kan zaterdag weg, maar ik moet uiterlijk om drie uur weer thuis zijn.
Super!
Kun je mij ophalen?
Ja, dat is goed. Hoe laat gaan we weg? Om 11.00 uur bij jou?
Ja fijn, tot dan.
Ga je mee?
Adnan belt met zijn vriend Rashid.
Met Rashid.
Met mij. Ga je straks mee? Ik ga over een half uur naar de sportschool.
Ik heb wel zin. Maar ik kan niet, want ik heb een blessure aan mijn arm. Ik kan mijn arm haast niet optillen en mijn vingers zijn helemaal dik. Gisteren heb ik te zwaar getraind.
Is het ernstig?
Ik denk het niet, maar het doet wel verschikkelijke pijn. Voorlopig kan ik niet sporten.
Rot voor je. Maar het gaat vast snel over.
Ik hoop het.
Dan ga ik maar alleen. Niets aan te doen.
Veel succes dan. Tot later!
Luister naar de tekst en lees mee.
Jacky belt haar vriendin Paola. De man van Paola heet Felix.
Hoi, Paola met Jacky. Zullen we zaterdag samen naar het zwembad gaan? Ik moet echt een beetje meer bewegen.
Nee, die zijn zo snel moe. Die blijven lekker thuis. Bij hun vader. Ik vraag het hem even. Felix? Ga jij zaterdag weg of blijf je zaterdag thuis? Kan jij op de kinderen passen? Ik wil gaan zwemmen met Jacky. Oké?
Ja, fijn. Ik beloof het je: ik ben op tijd weer thuis. Dus Jacky, je hoort het. Ik kan zaterdag weg, maar ik moet uiterlijk om drie uur thuis zijn.
Ik heb wel zin. Maar ik kan niet, want ik heb een blessure aan mijn arm. Ik kan mijn arm haast niet optillen en mijn de vingers zijn helemaal dik. Gisteren heb ik te zwaar getraind.
Ik denk het niet, maar het doet wel verschrikkelijke pijn. Voorlopig kan ik niet sporten.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.