Draai je tablet om verder te gaan.

11 Wat gaan we doen?

Ik wil een paar dagen vrij

1 Doe de taak

Vrij vragen op je werk of op school

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Wanneer is het Suikerfeest?

Mohamed en Leyla praten over het Suikerfeest.

Mohamed werkt in een slagerij.

Leyla is juf op een basisschool.

Mohamed

Weet jij de datum van Eid-al-Fitr? Is het in mei?

Leyla

Nee, het Suikerfeest is in april.

Mohamed

O, wat gek. Dan heb ik het verkeerd gehoord. Weet je het zeker?

Leyla

Ja. Ik heb het gisteren op het schoolplein nog gevraagd. Het is op 29 april. Hoezo?

Mohamed

Nou, ik wil dan een paar dagen vrij nemen en ook dat weekend erna. Dan kunnen we weer een keer op bezoek bij mijn oom en tante, in België.

Leyla

Ja, leuk. Dan is het toevallig meivakantie, dus dan ben ik ook vrij.

Mohamed

Zullen we online alvast kaartjes kopen voor de trein? Dat is veel voordeliger en je hoeft op het station niet in de rij te staan.

Leyla

Ja, maar heb je dan al vrij gevraagd? Heb je al toestemming gevraagd? Iedereen wil op die dagen vrij hebben.

Mohamed

Nee, maar ik heb met mijn collega Sergei gepraat. Hij wil geen vrij met het Suikerfeest, dus hij kan misschien met me ruilen. Ik ga het morgen aan mijn baas voorstellen.

Leyla

Oké, ik ben benieuwd. Koop nog maar geen treinkaartjes. Laten we eerst het antwoord van je baas afwachten. Anders moeten we die kaartjes straks weggooien!

Ik wil graag vrij nemen

Mohamed is op zijn werk. Hij praat met zijn baas Zosja.

Mohamed

Hoi Zosja, heb je even tijd? Ik wil je iets vragen.

Zosja

Ja hoor.

Mohamed

Ik wil graag een paar dagen vrij vragen.

Zosja

O, wanneer wil je vrij?

Mohamed

Op 29 april, dan is het Suikerfeest. Het weekend erna wil ik ook graag vrij. Kan dat?

Zosja

Tja, dat weet ik nog niet. Het is dan ook meivakantie, dus dat is lastig. Veel collega’s willen dan vrij of een dagje uit.

Mohamed

Dat begrijp ik, maar ik heb met Sergei gepraat. Hij wil geen vrij nemen, dus hij kan met me ruilen.

Zosja

Weet je dat zeker? Ik moet het precies weten. Anders kan het niet.

Mohamed

Nee, ik weet het niet zeker. Ik vraag het zo nog wel even aan Sergei. Ik zie hem straks in de kantine.

Zosja

Ja graag. Laten we even wachten op zijn antwoord. Je hoort het later. Dus nog even geduld, oké?

Mohamed

Ja, dat is goed. Bedankt.

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

  1. Wat willen Mohamed en Leyla doen?
  2. Wat moet Mohamed eerst vragen op zijn werk?
  3. Wat zegt de baas van Mohamed?

3

Werk samen. Luister naar de gesprekken. Lees de zinnen hardop.

A begint.
Wissel daarna van rol.
 

A werkt.

B is de baas van A.

A wil vrij vragen.

Vrij vragen op je werk

A: Hoi, heb je even tijd?

      Ik wil je iets vragen.

B: Ja hoor.

A: Ik wil graag een paar dagen vrij vragen.

B: Wanneer wil je vrij?

A: Van 29 april tot 3 mei, want dan is het Suikerfeest.

      Het weekend erna wil ik ook graag vrij.

      Kan dat?

B: Dat weet ik nog niet.

      Dat is lastig, want veel collega’s willen dan vrij.

       Je hoort het later, oké?

A: Oké, bedankt.

A zit op school.

B is de docent van A.

A wil vrij vragen.

Vrij vragen op school

A: Hoi, mag ik je iets vragen?

B: Natuurlijk.

A: Ik kan volgende week niet komen.

      Ik wil graag vrij vragen.

B: Waarom? Wat is de reden?

A: Mijn beste vriend gaat trouwen.

      Hij woont in België.

B: Wat leuk!

      Dat is geen probleem.

A: Bedankt.

4

Kijk naar de foto. Schrijf de goede zin.

 

Waarom wil je vrij vragen? Wat is de reden?
Kies uit:

  • Mijn familie komt op bezoek.
  • Mijn kinderen hoeven niet naar school.
  • Ik heb een afspraak bij de huisarts.
  • Mijn beste vriend gaat trouwen in België.
  • Mijn zoon is ziek en hij kan niet naar school.
  • We gaan twee weken op vakantie.

5

Werk samen. Maak het gesprek af. Gebruik opdracht 4.

Je wilt vrij vragen van je werk of school.

Kies zelf een datum.

Kies een reden van opdracht 4.

 

A: Hoi, heb je even tijd?

      Ik wil je  .

B: Ja hoor.

A: Ik wil graag  .

      Kan  ?

B: Wanneer wil je vrij nemen?

A: Op  .

B: Wat is de reden?

A:  .

B: Oké, dat is geen probleem.

A:  .

 


6

Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 5 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

Kies een nieuwe reden.

7

Werk samen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A wil vrij vragen.

B is de baas of de docent van A.

A bedenkt zelf een reden.

8

Werk samen. Doe opdracht 7 nog een keer.

B antwoordt nu zo:

  • Dat weet ik nog niet. Dat is lastig.
  • Sorry, maar dat kan eigenlijk niet.

9

Schrijf een bericht.

Je werkt. Je wilt een paar dagen vrij nemen.

Je vraagt toestemming aan je baas.

Schrijf:

  • Wat wil je?
  • Wanneer?
  • Waarom?
Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.