Draai je tablet om verder te gaan.

11 Wat gaan we doen?

Ik wil een paar dagen vrij

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

De slagerij

Het schoolplein

De kantine

De rij

Het kaartje

Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Na februari en maart komt ...

Mijn nieuwe ... is erg aardig. Hij helpt soms met het werk.

Een feest met alle buren vind ik een goed idee. Ik ga het ...

Dit telefoonnumer werkt niet. Het is een ... nummer.

De zus van mijn vader of moeder is mijn ...

Mijn ... is er vandaag niet. Kan ik u misschien helpen?

Je moet nog even ... hebben: nog 2 dagen werken en dan heb je vakantie.

Elba wil vandaag eerder naar huis. Ze vraagt ... aan haar baas.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Die man loopt buiten zonder schoenen. Dat is ...!

Ik ga nu niks beslissen. Ik wil eerst ...

Ga je niet naar buiten? ...? Het is lekker weer.

Deze winkel is erg ... Je kunt hier goedkoop booschappen doen.

We gaan met de auto van Amsterdam naar Parijs. We rijden door een ander land, door ...

Ik begin ... met koken. Ik heb namelijk zin in eten!

Je ... vandaag geen boodschappen te doen. We hebben niks nodig.

Volgende week heb ik niet veel tijd, maar de week ... wel.

Je moet de bon niet ... Die heb ik nodig.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Noor en ik werken allebei in deze winkel. We zijn collega's.

Onze kinderen hebben les van juf Linda.

De broer van mijn vader woont in België. Hij heet oom Zaki.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

België is een land vlak bij Nederland.

Ik vind het Suikerfeest gezellig. Op die dag eten we samen met de hele familie.

Wanneer hebben we vakantie? In april of mei?

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Morgen is een feestdag. Dan hoeven we niet naar school.

Jij doet boodschappen, ik kook. Dat stel ik voor.

Je stuurt een e-mail en krijgt direct antwoord.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De kinderen spelen samen op het schoolplein.

Kom je langs de slagerij? Wil je worst meenemen?

Dit weekend ga ik uit, het weekend erna niet. Dan moet ik trainen.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Straks komen Sarah en Yonas op bezoek. Ik ga alvast koffie zetten.

Kom je morgen niet? Hoezo?

Ze drinken koffie in de kantine van de school.

Opnieuw invullen

9

Wat hoort bij elkaar?

de baas

het werk

de juf

de school

het vlees

de slagerij

lekker eten

het Suikerfeest

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

de oom

de tante

juist

verkeerd

gek

normaal

voordelig

duur

bewaren

weggooien

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

geduld

hebben

toestemming

vragen

in de rij

staan

Opnieuw invullen

12

Wat hoort bij elkaar?

het antwoord

afwachten

kaartjes

kopen

een folder

weggooien

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.