Draai je tablet om verder te gaan.

11 Wat gaan we doen?

Ga je mee naar de sportschool?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin. Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik moet ... sporten.

Vanavond blijven we ... thuis.

Ik ga ...

Hij kan ... lopen.

Veel ... vandaag!

Dat ... ook voor mij.

... we samen naar de markt gaan?

Hè, dat is ... voor je.

Mijn hand ... pijn.

Jammer! Niets ... te doen.

Ik ga naar de stad. Ga je ...

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Vanavond ga ik niet uit, maar blijf ik lekker thuis.

Ga je naar het station? Ik ga met je mee.

Mijn vrouw fietst graag en dat geldt ook voor mij.

 

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Morgen ben ik vrij. Zullen we naar het strand gaan?

Pooya eet niet gezond. Hij moet meer groente eten.

Ik ga stoppen met roken. Echt, ik beloof het!

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Meneer Dali heeft pijn in zijn rug. Hij kan haast niet zitten.

Ben je je sleutel kwijt? Dat is rot voor je.

Elena heeft te lang op de computer gewerkt. Haar ogen doen pijn.

Opnieuw invullen

5

Wat hoort bij elkaar?

Super

Heel leuk

Tot later

Tot straks

Niets aan te doen

Jammer

Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.

Lees de zin. Kies de goede reactie.

Wat is uw klacht?

Ik ga even naar het winkelcentrum.

Ik ben al twee weken verkouden.

Gefeliciteerd! U mag 1 minuut gratis winkelen.

Vanmiddag moet ik werken.

Ik heb een half uur vertraging.

Je moet meer sporten.

Ga je met me mee naar het feest?

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.