Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Ik heb een ongelofelijke ...
rotdag.
route.
Het gaat even niet ... lekker.
te
zo
Heb je ... tijd?
alleen
even
Wat is ... gebeurd?
daar
er
Vertel! Ik heb ... tijd.
alle
alles
Wat een ...!
pech
weg
Ik heb een ... band.
lekke
leuke
Ik moet mijn telefoon ... repareren.
gaan
laten
Er ... een lange rij voor de kassa.
gaat
staat
Sleep het goede woord in de zin.
Ik heb vandaag een rotdag. Alles gaat verkeerd.
Wat is er gebeurd?
Er staat een lange rij voor de kassa.
Ik heb alle tijd vandaag. Vertel!
Wat een pech!
Ik heb een lekke band.
Ik laat mijn fiets repareren bij de fietsenmaker.
Heb je even tijd?
Het gaat even niet zo lekker.
Wat hoort bij elkaar?
Ik laat mijn telefoon
repareren.
Bij de kassa staat
een lange rij.
Ik heb een lekke
band.
Kies de goede reactie.
Ik heb allebei.
Ik heb alle tijd.
Ik snap het.
Is het druk in de supermarkt?
Ja, er staat een lange rij voor de kassa.
Ja, de supermarkt is vlakbij.
Is je telefoon kapot?
Ja, ik laat hem repareren.
Ja, ik laat hem wassen.
Hoe gaat het?
Het smaakt niet zo lekker.
Gaat het goed?
Nee, ik heb een rotdag.
Nee, ik heb vakantie.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.