Draai je tablet om verder te gaan.

16 We hebben een probleem

Kunt u het repareren?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de scheur

de naaimachine

de jas

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

het gereedschap

de broodrooster

de stoelpoot

de smartphone

Opnieuw invullen

3

Lees de zin. 

Kies het goede antwoord.

Van welk ... is deze tafel gemaakt? Van hout of van plastic?

Zij is erg mager. Haar broek zit helemaal ...

Ze moet haar problemen zelf ...

Mijn docent biologie heeft veel ... van bloemen.

Ze zit in de trein, ... ze een boek leest.

Die cursus is verplicht. Het is niet ...

Het regent hard. Doe je wel een ... aan?

Je praat veel tijdens de les. Je moet ook goed ...

Het is niet ... dat de kinderen alleen de straat oversteken. Ze moeten wachten op de juf.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Voor het schoolreisje moeten alle ouders een kleine ... betalen.

Mijn ... werkt niet meer. Hij maakt een raar geluid.

Anna traint drie keer per week. Haar ... is tien kilo afvallen.

We zijn heel ... over dat nieuwe restaurant. Het eten was heerlijk. 

In de ... staat hoe de televisie werkt.

De ... van de auto kostte 150 euro. Wat duur!

Youssef is gevallen. Er zit een ... in zijn broek.

Een ... werkt vaak voor zijn plezier.

In mijn straat bouwen ze nieuwe huizen. Alle bomen moeten daarom ...

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik begrijp de opdracht niet. Wat is de bedoeling?

Oud brood doe ik in de broodrooster.

Er zit een gaatje in die jurk. Dat is zonde!

Het eten is gratis. We vragen alleen een bijdrage voor de frisdrank.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb een nieuwe wasmachine. Ik lees eerst de gebruiksaanwijzing.

Mark heeft veel gereedschap. Hij houdt van klussen. Ik mag het vaak lenen. 

Is die jas wel warm genoeg in de winter?

Ze draagt haar haar altijd los.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn oma maakt haar eigen kleren met de naaimachine.

Je trui is stuk. Er zit een gaatje in.

In de trein kijkt iedereen op zijn smartphone. Niemand maakt een praatje!

Sara heeft geen baan. Ze werkt als vrijwilliger in de kringloopwinkel.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Hans heeft veel kennis over auto's. Hij weet alles.

Van welk materiaal is die stoel gemaakt? Van hout?

Mijn dochter vindt zwemmen leuk. Ze is heel enthousiast.

Ze studeert hard. Haar doel is dokter worden.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Er rijden veel auto's in de straat. Je moet goed opletten als je oversteekt.

Je moet je problemen zelf oplossen. Ik kan je niet helpen.

Zijn telefoon gaat terwijl hij de toets maakt.

Ik kan mijn fietssleutel niet vinden. Hij kan toch niet verdwijnen?

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

vrijwillig

de bijdrage

de reparatie

het gereedschap

de stoel

de poot

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.