Draai je tablet om verder te gaan.

16 We hebben een probleem

Kun je me even helpen?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de portemonnee

de zak

de band

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de huissleutel

de fietsenmaker

het ei

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Het gaat niet goed. Ik heb een ... rotdag.

Ik kan niet betalen. Ik heb geen ... bij me.

Ik ben mijn sleutel vergeten. Gelukkig heb ik een ...

We willen vroeg naar bed. We willen om 22.00 uur ...

Mijn fiets was vorige week kapot, maar ... is hij gemaakt.

Ik moest lang wachten. ... was ik na een uur aan de beurt.

Mijn fiets is kapot. Er zit een gat in de ...

Ik ga om 23.00 uur slapen en ik word om 8.00 uur ...

Ik ga eerst douchen. ... ontbijt ik.

Ik ben vandaag de hele dag ... met mijn huiswerk.

De lopende ... in de supermarkt is kapot.

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Het is avond. De middag is al ...

Ik ben ... Ik ben over tien minuten thuis.

Mijn fiets is kapot. Wat een ...

Ik ben te laat omdat mijn band ... is.

Ik had vanmorgen veel haast. Gelukkig was ik ... op tijd.

Deze jurk heeft twee ...

Ik ... dat ik mijn portemonnee ben vergeten.

Deze broek heeft geen ... Dat vind ik niet fijn.

Dit wijnglas is ... Ik pak een nieuwe.

Ik zet mijn boodschappen op de ... voor de kassa.

Zal ik het ... koken of bakken?

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn fiets is kapot. Ik ga naar de fietsenmaker.

Waar zijn mijn sleutels? Ze zitten niet in mijn jaszak.

Ik heb geen tijd. Ik ben druk bezig.

Ik moest vijf minuten wachten. Dat was zo voorbij.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn telefoon is gevallen. Het beeldscherm is gebroken.

Ik was vorige week ziek, maar inmiddels ben ik weer beter.

Ik werd te laat wakker. Daarom was ik te laat in de les.

Ik heb dat boek besteld op internet. Het is nu naar me onderweg.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Wat vind je van mijn trui? Hij is net nieuw.

Ik zal je een ongelofelijk verhaal vertellen.

Eerst viel mijn telefoon op straat. Vervolgens ging mijn fiets kapot. Wat een pech!

We hebben de trein gemist, dus we komen later thuis.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het was heel druk in het ziekenhuis. Uiteindelijk moesten we bijna een uur wachten.

De vrachtwagen heeft pech. Hij staat stil.

Ik kom erachter dat mijn zus morgen jarig is. Ik moet nog een cadeau kopen.

De kinderen hebben een huissleutel. Ze kunnen altijd naar binnen.

Opnieuw invullen

9

Wat hoort bij elkaar?

een lekke

band

een reserve

huissleutel

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.