Luister naar de zin.
Zet de woorden op de goede plaats.
We eten vis, omdat het gezond is.
We gaan naar buiten, als het niet meer regent.
Ik maak de keuken schoon, als jij voor me kookt.
Ik bel mijn moeder iedere dag, omdat ze ziek is.
Ik draag een dikke trui, omdat het koud is.
We gaan op vakantie, als we genoeg geld hebben.
Ali is niet fit, omdat hij nooit sport.
Ik kan niet koken, omdat ik vanavond niet thuis ben.
Ik blijf thuis, als het hard regent.
Als het hard gaat regenen, blijf ik thuis.
Als ik moe ben, ga ik naar bed.
Omdat het koud is, draag ik een dikke trui.
Als jij op de kinderen past, doe ik de boodschappen.
Omdat de markt goedkoop is, kopen we daar fruit en groente.
Als het warm weer is, drinken we graag een biertje.
Omdat ze trouwen, vieren ze vandaag feest.
Omdat ik van vis hou, koop ik elke week vis op de markt.
Als we genoeg geld hebben, kopen we een nieuwe tv.
Omdat ik vanavond moet werken, kan ik niet koken.
Lees de woorden.
Ik trek een trui aan, omdat het koud is.
Ik ga naar de dokter, omdat ik keelpijn heb.
De buurvrouw wast mijn kleren, omdat mijn wasmachine kapot is.
Je mag de kleren ruilen, als je de bon hebt.
We sturen een berichtje, als we thuis zijn.
Ik ben altijd blij, als de winter voorbij is.
Zij drinkt alleen cola, als het warm weer is.
Ik ga een laptop kopen, als ik weer geld heb.
U kunt ons bellen, als u een klacht hebt.
Ik kom vanavond niet, omdat ik het druk heb.
Als ik klaar ben, bel ik je.
Omdat het koud is, doe ik de verwarming aan.
Als we genoeg geld hebben, kopen we een auto.
Omdat hij te dik is, wil hij gaan sporten.
Omdat de baby ziek is, kunnen we niet weg.
Als het droog is, ga ik fietsen.
Omdat het Koningsdag is, hebben we vrij.
Omdat het warm is, drink ik veel water.
Als het mooi weer is, gaan we naar het strand.
Omdat ze vandaag trouwen, vieren ze feest.
Dit is de regel:
Kijk naar de plaats van het werkwoord.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.