Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

1.2. hij, ze, ze

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kijk naar de plaatjes.

 Dit is Ali. Hij zit op de bank.

9_1_A

 

 Dit is Sarah. Ze zit op de bank.

9_1_B

 

 Dit zijn Ali en Sarah. Ze zitten op de bank.

9_1_C

2

Lees de zin.

Sleep de zin naar het goede plaatje.

Hij eet.

Ze eet.

Ze eten.

Opnieuw invullen

3

Lees de zinnen. 

Kies het goede antwoord.

Sarah eet een sinaasappel. ... eet een sinaasappel.

Ali en Sarah werken in Amsterdam. ... werken in Amsterdam.

Ali belt. ... belt.

3 van de 3 goed.
Opnieuw invullen

4

Kijk naar de plaatjes.

Typ het goede woord.

 

9_2_A

Dit is Ali. Hij eet.

9_2_B

Dit is Sarah. Ze eet.

9_2_C

Dit zijn Ali en Sarah. Ze eten.

3 van de 3 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

9_1_A

Ali is een man.

Hij zit op de bank.     

hij

 

9_1_B

Sarah is een vrouw.

Ze zit op de bank.

ze

 

9_1_C

Ali en Sarah zijn een man en een vrouw.

Ze zitten op de bank.

ze     

 

 

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.