Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.6 het werkwoord zijn

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik ... een zus van Ali.

Ali ... de zoon van Mohammed.

We ... op school.

Anna ... de vrouw van David.

Je ... een vriend van Ali.

Mohammed en Layla ... op de markt.

We ... in de supermarkt.

U ... de vader van John.

Julia en David ... in de keuken.

Jullie ... in Roermond.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

... is thuis.

... ben de buurman.

... bent de zoon van Ali.

... is 30 jaar.

... is 20 jaar.

... zijn in de keuken.

... zijn de ouders van Mohammed.

... bent te dik.

... zijn op school.

... is op school.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Adam woont in Utrecht. Hij ... thuis.

Ik ... Julia.

Je ... in Groningen.

Ali en Anna komen uit Libanon. Ze ... vrienden.

Ali woont in Sittard. Hij ... getrouwd.

Sarah woont in Dordrecht. Ze ... thuis.

Jullie ... getrouwd.

We ... op de markt.

U ... in de supermarkt.

Ik ... in het centrum.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

één persoon meer personen
   
ik ben we zijn
je bent jullie zijn
u bent  
   
hijis ze zijn
ze is      

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.