Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

3.6 de zin met een vraag: Waar woon je?

1

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Waar is het station?

Wat kan ik voor u doen?

Wanneer gaan jullie trouwen?

Waarom wil je Nederlands leren?

Wat heb je op school geleerd?

Waarom luister je niet naar me?

Hoe laat gaan we morgen weg?

Hoeveel geld heb je geleend?

Waarom heb je me niet gebeld?

Wat wil je vandaag doen?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.
Sleep het woord naar de juiste plek.

Waarom   gaan jullie verhuizen?

Hoeveel citroenen   heb je?

Waarom   heb je die broek geruild?

Wanneer   hebben jullie gevoetbald?

Hoe   is het met je moeder?

Wat   doet John in Australië?

Waar   is Sarah vandaag?

Wanneer   heeft u in Turkije gewoond?

Hoe laat   komt Ali thuis?

Waar   kan ik sinaasappels kopen?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

hoe laat gaat de winkel open?

wat hebben jullie geleerd?

wanneer gaan jullie eten?

wie kan me helpen?

waarom heeft de baby gehuild?

waar koopt David aardappels?

hoe vaak gaat u naar de markt?

wanneer begint de school?

wat drink je bij het ontbijt?

waarom spreekt Julia geen Nederlands?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?
1 2 3 4
Waar ben je?  
Waar ben je geweest?
Wat ga je doen?

 

 

 

 

 

1 = vraagwoord

2 = werkwoord

3 = onderwerp

4 = tweede werkwoord

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.