Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.16 het werkwoord: ik heb gewerkt, ik heb geluisterd (2)

1

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Lees de vraag.

Kies het goede antwoord.

Is het werk klaar?

Is Ali klaar met bellen?

Is de pizza klaar?

Is Adam klaar met pinnen?

Is Layla klaar met fietsen?

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik ... David gebeld.

Je ... naar muziek geluisterd.

... je de e-mail gecontroleerd?

We ... op school veel geleerd.

De vakantie ... zes weken geduurd.

De kinderen ... niet gehuild.

We ... met de buurman gepraat.

Hij ... de fiets gepakt.

... jullie met de kinderen gespeeld?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zin.

Sleep het woord naar de goede plaats.

Ik heb een hamburger   gehaald.

We hebben woensdag   gewerkt.

Ze heeft de krant   gepakt.

De kinderen hebben vanmiddag   gespeeld.

We hebben de trein   gemist.

Ik heb de pan op het fornuis   gezet.

Onze vakantie heeft niet veel geld   gekost.

Hij heeft  vanmiddag   in het park   gefietst.

De kinderen hebben naar muziek   geluisterd.

We hebben de baby   niet   gehoord.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Ik heb een bericht gestuurd.

Anna heeft nog nooit gerookt.

We hebben je gemist.

Je hebt lekkere vis gemaakt.

We hebben niet lang gewacht.

Heb je  de broek geruild?

Ik heb fijn gedroomd.

John heeft in het park gevoetbald.

Hij heeft me gebeld.

Ze hebben niets gezegd.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

We ... op de trein gewacht.

Layla ... met de docent gepraat.

De baby ... niet gehuild.

Sarah ... haar naam gespeld.

Ik ... altijd gerookt. 

John en Ali ... een advertentie op internet gezet.

Je ... te veel gepind!

We ... woensdag een afspraak gemaakt.

Je ... de verkeerde spullen gepakt.

Mijn vader ... in Sydney gewoond.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het woord naar de goede plaats.

Ik heb vannacht   gedroomd.

Sarah heeft de rok   geruild.

De vriendinnen hebben in Maastricht   gewinkeld.

Ali heeft het pakje   gehaald.

We hebben niks   gestuurd.

De buren hebben onze wasmachine   gerepareerd.

Mohammed heeft het bericht   gehoord.

Ik heb in de winkel   gepind.

De vrouwen hebben een uur   gepraat.

Ik heb in een supermarkt   gewerkt.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

8

Lees de zinnen.
Welke zin is goed?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

Ik heb  nog nooit gerookt.

We hebben de docent gebeld.

De soep heeft een half uur gekookt.

We hebben lang gewacht.

Je hebt mijn naam gespeld.

De bewoners hebben de politie gebeld.

Ze heeft een pizza gehaald.

Ali en John hebben de bus gemist.

De lunch heeft een half uur geduurd.

Hij heeft de aardappels gekookt.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel: 

 

  gisteren: gisteren:
Ik werk. Ik heb gewerkt We hebben gewerkt.
     
Je werkt. Je hebt gewerkt Jullie hebben gewerkt.
U werkt. U hebt gewerkt.  
     
Hij werkt. Hij heeft gewerkt. Ze hebben gewerkt.
Ze werkt. Ze heeft gewerkt.  
     
Ik luister. Ik heb geluisterd. We hebben geluisterd.
     
Je luistert. Je hebt geluisterd. Jullie hebben geluisterd.
U luistert. U hebt geluisterd.  
     
Hij luistert. Hij heeft geluisterd. Ze hebben geluisterd.
Ze luistert. Ze heeft geluisterd. Ze hebben geluisterd.  

 

Let op:
Je schrijft geluisterd, maar je zegt: geluistert.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.