Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

6.2 van wie?: onze, jullie, hun

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kijk naar de plaatjes.

 Wij zijn Adam en Sarah. Dit is onze auto.

20_1_A

 

 Hallo, Chris en Devi. Is dat jullie auto? Ja, we hebben een nieuwe auto.

20_1_B

 

 Chris en Devi hebben een nieuwe auto. Dat is hun auto. 

20_1_C

2

Luister naar de zin.

Vul de zin aan.

Wij zijn Adam en Sarah. Dit is onze auto.

Hallo, Chris en Devi. Is dat jullie auto?

- Ja we hebben een nieuwe auto.

Chris en Devi hebben een nieuwe auto. Dat is hun auto.

3 van de 3 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zinnen.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

... koelkast is oud.

Ik zie ... huis. 

Is ... huur hoog?

... huur is niet zo hoog.

... huis is klein.

... dochter woont daar ook.

Is dat ... docent?

De poes ligt op ... auto.

... auto is mooi.

Is ... soep lekker?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Ali en Sofia zijn getrouwd. ... zoon heet Adam.

John en David, waar wonen ... ouders?

We hebben een poes. ... poes heet Felix.

De buren zijn niet thuis. ... auto staat niet in de straat.

We willen een nieuwe televisie. ... oude televisie is kapot.

John en Adam, waar zijn ... vrienden?

Ali en ik gaan naar de dokter. ... dokter heet meneer Jansen.

Julia en David gaan naar de dokter. ... dokter heet mevrouw Willemse.

Julia en David, is ... dokter goed?

We hebben een winkel. ... winkel is in het centrum van Barneveld.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

7

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

Hij kent onze zoon.

Ik kom naar jullie huis.

Anna en Sofia koken voor hun ouders.

Ik wil graag jullie adres.

We gaan naar onze huisarts.

Dit is hun nieuwe adres.

Ik kijk naar hun auto.

David is onze vriend.

Onze trein vertrekt over tien minuten.

Anna en Ali brengen hun kinderen naar school.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

We hebben een auto. Dit is onze auto.              
Anna en David, hebben jullie ook een auto? Is dat jullie auto?
Dat is de auto van Anna en David. Dat is hun auto.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.