Luister naar het woord.
Wat hoor je?
gaan
weggaan
meelopen
lopen
komen
aankomen
weggegaan
gegaan
vallen
afvallen
staan
stilstaan
meevallen
steken
oversteken
meegelopen
gelopen
overgegaan
meegegaan
gekomen
binnengekomen
langsgekomen
meegevallen
gevallen
Luister naar de zin.
Lees de vraag.
Kies het goede antwoord.
Ben ik klaar met oversteken?
ja
nee
Ben ik thuis?
Is de winkel open?
Is ze met je meegelopen?
Is ze met je meelopen?
Ze zijn met de auto teruggereden.
Ze zijn met de auto terugrijden.
Ik ben gisteren om 10 uur aangekomen.
Ik ben gisteren om 10 uur gekomen.
Hij is tien kilo afgevallen.
Hij is tien kilo afgevald.
Ze zijn in het weekend laat opstaan.
Ze zijn in het weekend laat opgestaan.
Hoe laat ben je gegaan?
Hoe laat ben je weggegaan?
Onze vrienden zijn gisteren gekomen.
Onze vrienden zijn gisteren langsgekomen.
De pijn is vanzelf overgaan.
De pijn is vanzelf overgegaan.
Hij is met zijn vriendin meegegaan.
Hij is met zijn vriendin gegaan.
Hij is meegevald.
Hij is meegevallen.
Mijn hoofdpijn is niet ...
overgaan.
overgegaan.
Ik ben ...
thuiskomen.
thuisgekomen.
We zijn op tijd ...
weggegaan.
weggaan.
Vanmorgen ben ik te laat ...
opgestaan.
opstaan.
De trein is net ...
gekomen.
aangekomen.
Ben je ...
afgevallen?
gevallen?
De kinderen zijn met ons ...
meelopen.
meegelopen.
Haar zus is niet ...
gegaan.
meegegaan.
Ik ben de gevaarlijke weg ...
overgestoken.
overstoken.
Mijn broer is net in Nederland ...
aankomen.
David ... de weg overgestoken.
is
heeft
We ... te laat opgestaan.
hebben
zijn
Mijn vriend ... met me meegegaan.
De buren ... laat thuisgekomen.
Hoe laat ... je weggegaan?
heb
ben
De griep ... na een week overgegaan.
Layla en Julia ... om 10.00 uur weggegaan.
Mijn vader ... vorig jaar veel afgevallen.
... jouw trein al aangekomen?
Is
Zijn
De nieuwe winkel ... gisteren opengegaan.
Mijn ouders ... in het weekend langsgekomen.
Zet de woorden op de goede plaats.
Hoe laat zijn jullie weggegaan?
Waarom zijn jullie al teruggekomen?
Mijn hoofdpijn is vanzelf overgegaan.
Is de e-mail aangekomen?
Haar vriendin is gisteren meegegaan.
De kinderen zijn erg vroeg opgestaan.
De prijs van de tv is meegevallen.
Onze buren zijn bij ons langsgekomen.
Mijn broer is met me meegelopen.
De nieuwe Lidl is gisteren opengegaan.
Lees de zin.
Hoe laat zijn jullie ...
terugkomen?
teruggekomen?
Ik ben na jou ...
binnenkomen.
binnengekomen.
De toets is me ...
meegevallen.
meevallen.
Haar broer is met haar ...
De nieuwe winkel is gisteren ...
opengegaan.
opengaan.
We zijn net op Schiphol ...
Mijn vrienden zijn laat ...
De trein is in Zwolle ...
De kinderen zijn de drukke weg ...
oversteken.
Je bent te laat ...
We ... om 20.00 thuis gekomen.
David en John ... op Schiphol aangekomen.
... jullie allemaal meegegaan?
De toets ... ons meegevallen.
Layla ... te laat weggegaan.
Waarom ... jullie gisteren niet langsgekomen?
De poes ... de kamer binnengekomen.
De trein ... op tijd aangekomen.
Sleep het woord naar de juiste plek in de zin.
De e-mail is een uur geleden aangekomen.
Ze is niet meegegaan.
Ik ben vanmorgen te laat opgestaan.
De prijs van de computer is meegevallen.
We hebben alle ramen opengedaan.
Ali is erg laat thuisgekomen.
De nieuwe bioscoop is gisteren opengegaan.
Lees de zinnen.
Welke zin is goed?
Zijn je ouders gisteren aangekomen?
Komen je ouders gisteren aan?
Mijn zus is vorig jaar tien kilo afgevallen.
Mijn zus valt vorig jaar tien kilo af.
De nieuwe winkel is gisteren opengegaan.
De nieuwe winkel gaat gisteren open.
Ze komen over een uur thuis
Ze zijn over een uur thuisgekomen.
Ze zijn een uur geleden thuisgekomen.
Ze komen een uur geleden thuis.
Ik ben gisteren te laat opgestaan.
Ik sta gisteren te laat op.
De trein komt over vijf minuten aan.
De trein is over vijf minuten aangekomen
De poes is gisteren met ons meegelopen.
De poes loopt gisteren met ons mee.
Mijn broer komt vorige week in Nederland aan.
Mijn broer is vorige week in Nederland aangekomen.
Hoeveel kilo ben je vorig jaar afgevallen?
Hoeveel kilo val je vorig jaar af?
Lees de woorden.
De nieuwe winkel is vandaag opengegaan.
Mijn vriend is niet meegegaan.
David is de weg overgestoken.
Is je hoofdpijn al overgegaan?
Ze zijn erg vroeg weggegaan.
Hij is snel teruggekomen.
David en John zijn een uur geleden aangekomen.
Layla is te laat weggegaan.
Dit is de regel:
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.