Luister naar de zin.
Wat hoor je?
Ik ga naar bed, als ik ben moe.
Ik ga naar bed, als ik moe ben.
We eten vis, omdat het gezond is.
We eten vis, omdat het is gezond.
Ik bel mijn moeder, omdat ze ziek is.
Ik bel mijn moeder, omdat ze is ziek.
Wat gaan jullie doen, als jullie bij je broer zijn?
Wat gaan jullie doen, als jullie zijn bij je broer?
We willen op vakantie, als we hebben genoeg geld.
We willen op vakantie, als we genoeg geld hebben.
Je moet goed uitkijken, als je oversteekt die drukke weg.
Je moet goed uitkijken, als je die drukke weg oversteekt.
Ze vieren feest, omdat ze vandaag trouwen.
Ze vieren feest, omdat ze trouwen vandaag.
De baby huilt, omdat hij erg moe is.
De baby huilt, omdat hij is erg moe.
Zij drinkt alleen cola, als het is warm weer.
Zij drinkt alleen cola, als het warm weer is.
Wil je verder leren, als deze cursus klaar is?
Wil je verder leren, als deze cursus is klaar?
Ik ben moe, omdat ik heb gewerkt hard.
Ik ben moe, omdat ik hard heb gewerkt.
Ik heb honger, omdat ik nog niks heb gegeten.
Ik heb honger, omdat ik heb nog niks gegeten.
Ik ga nu naar bed, omdat ik morgen moet werken.
Ik ga nu naar bed, omdat ik moet morgen werken.
We zijn te laat, omdat we hebben de trein gemist.
We zijn te laat, omdat we de trein hebben gemist.
Ik blijf thuis, als het hard gaat regenen.
Ik blijf thuis, als het gaat hard regenen.
Ik vind het fijn, als je kan me helpen.
Ik vind het fijn, als je me kan helpen.
We willen trouwen, als we kunnen krijgen een huis.
We willen trouwen, als we een huis kunnen krijgen.
Ik kan niet komen, omdat ik van de trap ben gevallen.
Ik kan niet komen, omdat ik ben van de trap gevallen.
Gaan jullie naar het park, als de baby heeft geslapen?
Gaan jullie naar het park, als de baby geslapen heeft?
Ik bel je, als ik wil met je eten.
Ik bel je, als ik met je wil eten.
Zet de woorden op de goede plaats.
We gaan naar buiten, als het niet meer regent.
Ik ga koken, als de kinderen thuis zijn.
Ik hou van Layla, omdat ze erg lief voor me is.
Ik maak de keuken schoon, als jij voor me kookt.
Ze zorgt voor haar vader, omdat hij ziek is.
Wij doen samen boodschappen, als we een vrije dag hebben.
Ze kopen groente op de markt, omdat het daar goedkoop is.
Mijn vriend drinkt soms een biertje, als het warm weer is.
Ali gaat nooit naar de sportschool, omdat hij niet van sporten houdt.
Hij ligt nog in bed, omdat hij heel erg moe is.
Lees de zin.
Sleep het woord naar de juiste plek.
We gaan morgen fietsen, als het weer mooi is.
Ik ga niet meer, omdat mijn dochtertje ziek is.
Ik kom vanavond niet, omdat ik het druk heb.
Haar man moet thuisblijven, omdat hij griep heeft.
Ik ga een laptop kopen, als ik weer geld heb.
Ze loopt altijd naar haar werk, omdat ze geen fiets heeft.
U kunt ons bellen, als u een klacht heeft.
De kleine jongen huilt, omdat hij pijn aan zijn knie heeft.
Gaan jullie met ons mee, als we naar de stad gaan?
Je kan hier niet oversteken, omdat het veel te druk is.
Lees de zinnen.
Welke zin is goed?
Ik drink veel water, omdat het warm is.
Ik drink veel water, omdat het is warm.
We sturen een berichtje, als we zijn thuis.
We sturen een berichtje, als we thuis zijn.
We eten om 21.00 uur, omdat iedereen dan thuis is.
We eten om 21.00 uur, omdat iedereen dan is thuis.
Hij moet op zijn vriend wachten, omdat die te laat is.
Hij moet op zijn vriend wachten, omdat die is te laat.
De kinderen kunnen naar school, als ze vier jaar zijn.
De kinderen kunnen naar school, als ze zijn vier jaar.
Mijn ouders komen naar Nederland, als ze genoeg geld hebben.
Mijn ouders komen naar Nederland, als ze hebben genoeg geld.
Jullie moeten op tijd komen, omdat jullie moeten een toets maken.
Jullie moeten op tijd komen, omdat jullie een toets moeten maken.
Ze hebben vandaag vrij, omdat het is Koningsdag.
Ze hebben vandaag vrij, omdat het Koningsdag is.
Kom je vanavond bij me langs, als je hebt tijd?
Kom je vanavond bij me langs, als je tijd hebt?
Ik ga naar de bioscoop, als ik een kaartje kan kopen.
Ik ga naar de bioscoop, als ik kan een kaartje kopen.
Lees de woorden.
Ik bel je, als ik klaar ben.
Ik eet niets, omdat ik geen honger heb.
We willen een auto kopen, als we genoeg geld hebben.
Ik trek een trui aan, omdat het koud is.
Je mag de kleren ruilen, als je de bon hebt.
David moet lachen, omdat hij het grapje leuk vindt.
Anna kan de baan krijgen, als ze goed Nederlands spreekt.
Hij wil gaan zwemmen, omdat hij te dik is.
Ze blijven 's avonds thuis, omdat de kinderen een beetje ziek zijn.
Ik ga pas naar buiten, als het weer droog is.
Dit is de regel:
Kijk naar de plaats van het werkwoord.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.