Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

3.12 de zin met ‘want’, ‘omdat’: Ik ga naar bed, want ik ben moe. Ik ga naar bed, omdat ik moe ben.

1

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

We gaan naar school, ... we willen Nederlands leren.

We gaan naar school, ... we Nederlands willen leren.

Adam huilt, ... hij pijn heeft.

Adam huilt, ... hij heeft pijn.

Ik ga naar bed, ... ik ben moe.

Ik ga naar bed, ... ik moe ben.

David gaat met de tram, ... zijn fiets kapot is.

David gaat met de tram, ... zijn fiets is kapot.

Anna drinkt koffie, ... ze vindt koffie lekker.

Anna drinkt koffie, ... ze koffie lekker vindt.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Sleep het woord naar de goede plaats.

Ik bel mijn vader, omdat   hij   ziek is.

We gaan op reis, want   we hebben vakantie  .

Sarah ligt op de bank, want   ze is erg moe  .

Ik blijf thuis omdat   ik   koorts heb.

Je kan hier niet oversteken, omdat   het   veel te druk is.

Ik geef je een kus, omdat   je   zo lief bent.

We eten om 18.00 uur, want   Ali moet nog   weg.

Ik moet lachen, want   je bent grappig  .

Julia werkt vandaag niet, omdat   ze   griep heeft.

 Mevrouw Smit kan niet komen, want   ze moet naar de dokter  .

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

 Ik ga naar buiten, omdat het niet meer regent.

Ik ga naar buiten, want het regent niet meer.

De verkoper is tevreden, omdat hij veel klanten heeft.

David houdt van Sarah, omdat ze een bijzondere vrouw is.

Layla moet weg, want ze moet werken.

We stoppen met werken, want het  is al laat.

Adam wil geld lenen, omdat hij een huis wil kopen.

De buurman komt zo langs, want hij wil iets vragen.

Mijn oma zorgt voor mijn zusje, omdat ze ziek is.

Davind gaat niet naar de sportschool, want hij gaat liever zwemmen.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het woord naar de juiste plek.

Layla komt vanavond niet, want ze heeft het druk  .

Ik blijf thuis, omdat ik   koorts heb.

We kopen brood in de supermarkt, omdat die   dichtbij is.

Ik bel je straks, want ik moet nu weg  .

Mijn oma loopt langzaam, omdat ze   oud is.

Ik wil iets drinken, want ik heb dorst  .

John koopt taart, omdat hij   bezoek krijgt.

Ga maar gauw weg, want je bent bijna te laat  .

We gaan slapen, want het is al laat  .

Ik kan niet langskomen, omdat ik   vandaag geen tijd heb.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen.

Welke zin is goed.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de woorden. 

Zet de woorden op de goede plaats.

Ik trek een dikke trui aan, want het is koud.

Anna blijft vandaag thuis, omdat haar dochter ziek is.

We vieren feest, omdat Sofia jarig is.

Jullie moeten nu komen, want de bus vertrekt.

De baby huilt, omdat hij moe is.

Ze hebben vandaag vrij, want het is zondag.

Ik kan nog niet weg, want ik wacht op Julia.

We gaan naar H&M, want we hebben nieuwe kleren nodig.

Ze drinkt veel water, omdat het zo warm is.

John en Anna gaan met de trein, omdat ze geen auto hebben.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

Ik ga naar bed, want ik ben moe.
Ik ga naar bed, omdat ik moe ben.
     
Hij drinkt koffie, want hij vindt koffie lekker.
Hij drinkt koffie, omdat hij koffie lekker vindt.

 

Kijk naar de plaats van het werkwoord.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.