Luister naar de zin.
Wat hoor je?
Ik denk dat de baby moe is.
Ik denk dat de baby is moe.
Mijn moeder wil dat ik eet gezond.
Mijn moeder wil dat ik gezond eet.
Mijn vrouw weet dat ik van lekker eten hou.
Mijn vrouw weet dat ik hou van lekker eten.
Ik hoop dat je niet bent boos.
Ik hoop dat je niet boos bent.
We hebben gehoord dat Sofia een kindje krijgt.
We hebben gehoord dat Sofia krijgt een kindje.
Ik hoop dat jullie plezier hebben.
Ik hoop dat jullie hebben plezier.
Ik denk dat ik ga vandaag niet naar school.
Ik denk dat ik vandaag niet naar school ga.
We hebben gezegd dat we niet komen.
We hebben gezegd dat we komen niet.
Ik geloof dat de baby honger heeft.
Ik geloof dat de baby heeft honger.
Mijn moeder weet nog niet dat ik morgen bij haar langskom.
Mijn moeder weet nog niet dat ik bij haar langskom morgen.
Luister naar de zin.Wat hoor je?
Ik vind dat je hard hebt gewerkt.
Ik vind dat je hebt hard gewerkt.
Ik zie dat je nog hebt niks gegeten.
Ik zie dat je nog niks hebt gegeten.
We hebben gehoord dat je gaat naar Amerika verhuizen.
We hebben gehoord dat je naar Amerika gaat verhuizen.
Layla weet dat ben ik ziek geweest.
Layla weet dat ik ziek ben geweest.
Ik vind dat je dat niet moet doen.
Ik vind dat je moet niet dat doen.
Mijn ouders hopen dat ik kan snel werk vinden.
Mijn ouders hopen dat ik snel werk kan vinden.
Anna las op Facebook dat je bent naar Turkije geweest.
Anna las op Facebook dat je naar Turkije bent geweest.
Ik hoorde dat jullie een hondje hebben gekregen.
Ik hoorde dat jullie hebben een hondje gekregen.
Hij zegt dat moesten we sneller werken.
Hij zegt dat we sneller moeten werken.
Mijn broer begrijpt niet dat ik wil verhuizen.
Mijn broer begrijpt niet dat wil ik verhuizen.
Zet de woorden op de goede plaats.
Ik geloof dat het niet meer regent.
Ik vind het fijn dat je thuis bent.
Klopt het dat je weinig tijd hebt?
Ik heb gehoord dat je een nieuwe baan hebt.
Ik las op internet dat de koning naar Maastricht komt.
De buren vinden dat we te veel lawaai maken.
Mijn moeder wil dat ik op tijd naar bed ga.
Ik hoop dat je gauw beter bent.
We begrijpen dat jullie moe zijn.
Ik zie dat je het druk hebt.
Lees de zin.
Sleep het woord naar de juiste plek.
Ik wil graag dat je bij me blijft.
We begrijpen dat u niet tevreden bent.
Ali heeft gehoord dat onze docent ziek is.
Ik denk dat ik verkouden word.
Sarah zegt dat de huizen duurder worden.
Ik zie dat deze rekening niet klopt.
We hopen dat de trein geen vertraging heeft.
Adam denkt dat hij niet op tijd kan komen.
Ik heb je al verteld dat ik morgen kom.
We vinden dat de bus in Nederland te duur is.
Lees de zinnen.
Welke zin is goed?
Ik hoor dat jullie gaan op vakantie.
Ik hoor dat jullie op vakantie gaan.
Is het waar dat jullie een nieuwe auto hebben?
Is het waar dat jullie hebben een nieuwe auto?
We denken dat gaat het regenen.
We denken dat het gaat regenen.
Ik begrijp dat u de dokter wilt spreken.
Ik begrijp dat u wilt de dokter spreken.
David las op Facebook dat Layla in Spanje is.
David las op Facebook dat Layla is in Spanje.
Ik geloof dat het morgen mooi weer wordt.
Ik geloof dat het morgen wordt mooi weer.
Ik zie dat je bent moe.
Ik zie dat je moe bent.
We vinden het fijn dat je bent thuis.
We vinden het fijn dat je thuis bent.
Julia zei dat je een nieuwe bank hebt.
Julia zei dat je hebt een nieuwe bank.
Ik denk dat ik ga vandaag vroeg naar bed.
Ik denk dat ik vandaag vroeg naar bed ga.
Lees de woorden.
Ik las op internet dat de treinen niet rijden.
Sofia heeft verteld dat ze naar Nederland komt.
We begrijpen dat u niet wilt wachten.
Ik weet dat je geen tijd hebt.
We hopen dat je gauw beter bent.
Ik heb gehoord dat je gaat trouwen.
Sarah zegt dat Ali een andere baan heeft.
Ik geloof dat veel mensen griep hebben.
Ik heb gedroomd dat ik een miljoen euro had.
John denkt dat hij te dik is.
Dit is de regel:
Kijk naar de plaats van het werkwoord.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.