Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.5 het werkwoord hebben

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik ... twee citroenen.

Adam ... een vriendin.

We ... vlees en vis.

Anna ... twee kinderen.

Je ... twee kippen.

Mohammed en Layla ... een appartement.

We ... groente en fruit.

Ali ... tien vrienden.

John en Julia ... een baan.

Jullie ... een zoon.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

... heeft vier kinderen.

... heb hoofdpijn.

... hebt een dochter.

... heeft een appartement.

... heeft een appartement.

... hebben een appartement.

... hebben een kind.

... hebt hoofdpijn.

... hebben een fiets.

... heeft een computer.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Ali woont in Utrecht. Hij ... een vriendin.

Ik ... tien vrienden.

U ... een probleem.

Ali en Layla komen uit Libanon. Ze ... veel vrienden.

David woont in Sittard. Hij ... een fiets.

Sofia woont in Dordrecht. Ze ... een baby.

Jullie ... een huis en een tuin.

We ... een poes.

Je ... een computer en een tv.

Ik ... brood en kaas.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

één persoon meer personen
   
ik heb we hebben
   
je hebt jullie hebben
u hebt   
   
hij heeft ze hebben
ze heeft  

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.